Argyresthia svenssoni Bengtsson & Johansson, 2012

op Picea

parasiet

De larve boort aanvankelijk in een knop aan het eind van een scheut en leeft vervolgens als boorder in het merg. Na de overwintering vreet de larve opnieuw, bereidt dan in mei aan de onderzijde van de scheut een uitvliegopening voor. Verpopping in de scheut. Het uitgeboorde deel van de scheut verliest zijn naalden.

waardplanten

Pinaceae, monofaag

Picea abies.

fenologie

Univotien; imagines in juli.

verspreiding binnen Europa

Overal in het natuurlijk verspreidingsgebied van de waardplant.

opmerkingen

Zowel in uiterlijk van het imago als in biologie lijkt de soort sterk op A. glabratella. Anders dan bij die soort bevindt de uitvliegopening zich dichtbij de top van de scheut; glabratella vreet over een langer traject (2-3 cm).

literatuur

Bengtsson & Johansson (2012a).

mod 12.i.2019