Kessleria alpicella (Stainton, 1851)

Lepidoptera, Yponomeutidae

mijn

De larve maakt aanvankelijke een nauwe, voldiepe, gang met verspreide frass. Daarna worden enkele voldiepe blaasmijnen gemaakt, vrijwel zonder frass. Oudere larven leven vrij en veroorzaken versntervraat vanuit een spinsel. Verpopping buiten de mijn.

waardplanten

Saxifragaceae, nauw monofaag

Saxifraga paniculata, rotundifolia.

fenologie

Larven overiwnteren waarschijnlijk tweemaal.

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa

Gebergten van Centraal Europa, 1100-2000 m.

pop

Beschreven door Patočka & Turčáni (2005a).

synoniemen

Zelleria alpicella.

literatuur

Deschka & Wimmer (2000a), Hering (1957a), Huemer & Tarmann (1991a), Huemer & Mutanen (2015a), Nel (1999a), Patočka & Turčáni (2005a).

08/04/2017

mod 28.vi.2017