Ocnerostoma piniariella Zeller, 1847

zomernaaldkwastje

Ocnerostoma piniariella egg

Pinus sylvestris, Gortelsche Berg: ei op de top van een naald

mijn

De mijn begint in de top van de naald, en daalt tot ongeveer driekwart van de lengte af. De hele mijn, behalve de larvekamer, is met frass gevuld; de naald krijgt hierdoor een wijnrode kleur. De mijn is zo transparant dat de larve in de larvekamer zichtbaar is (Hering, 1957a). De volgroeide larve verlaat via een gaatje de mijn, en vormt uit spinsel een langgerekte cocon tussen een paar samengesponnen naalden (Koch, 1932a; Freeman, 1960a).

waardplanten

Pinaceae, monofaag

Pinus cembra, mugo, sylvestris.

Volgens Hering (1957a) leeft de soort ook, zij het zelden, op Juniperus. In het licht van de geheel andere bladbouw lijkt dat niet waarschijnlijk. Vermeldingen van Abies alba en Picea abies zijn eveneens onzeker.

fenologie

Larven in april-mei (Agassiz, 1996a), imagines van juni tot augustus (Koster, 1990a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2010).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2010).

LUX waargenomen (Fauna Europaea, 2010).

verspreiding binnen Europa

Van Fennoscandia tot Spanje, Italië en Bulgarijë, en van Ierland tot Roemenië (Fauna Europaea, 2010).

larve

pop

literatuur

Agassiz (1996a), Bengtsson & Johansson (2011a), Buhr (1935b), Duncan (2006a), Freeman (1960a), Gómez de Aizpúrua (2003a), Heckford (1986a), Hering (1957a), Huemer (2012a), Koch (1932a), Koster (1990a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Leutsch (2011a), Parenti & Varalda (2000a), Patočka (1997a), Patočka & Turčáni (2005a), De Prins (1998a), Robbins (1991a), Schütze (1931a), Sønderup (1949a), Starý (1930a), Szabóky, Tokár, Liska & Pastorális (2009a), Szőcs (1977a), Wegner (2010a), Wörz (1957a), Zoerner (1969a).

15/05/2017

mod 16.ii.2018