Paraswammerdamia nebulella (Goeze, 1783)

meidoornduifmot

Paraswammerdamia nebulella mines

Sorbus aucuparia, Wellerlooi: drie mijntjes

Paraswammerdamia nebulella mine

detail

Paraswammerdamia nebulella egg

detail: ei

mijn

Zeer klein, voldiep, erg onregelmatig gangetje met alleen in het eerste deel frass; overwintering onder een klein spinseltje aan een tak; na de overwintering leven ze vrij onder een spinsel.

waardplanten

Rosaceae, oligofaag

Cotoneaster horizontalis; Crataegus monogyna; Sorbus aucuparia.

fenologie

Waarschijnlijk leven de minerende larven in het najaar; de literatuur zegt dit niet expliciet.

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2010).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2010).

LUX waargenomen (Fauna Europaea, 2010).

verspreiding binnen Europa

Van Fennoscandia tot de Middellandse Zee, en van Ierland tot de Ukraïne (Fauna Europaea, 2010).

larve

pop

Beschreven door Patočka & Turčáni (2005a).

synoniemen

Paraswammerdamia lutarea (Haworth, 1828).

literatuur

Agassiz (1996a), Bengtsson & Johansson (2011a), Corley (2005a), Huemer (1988a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Patočka & Turčáni (2005a), Pinzari, Pinzari & Zilli (2013a), De Prins (1998a), Robbins (1991a).

24/10/2014

mod 16.ii.2018