Prays fraxinella (Bjerkander, 1784)

essenmot

Prays fraxinella mines

Fraxinus excelsior, Bunderbos

Prays fraxinella mine

detail

eischaaltje

mijn

In het late najaar maken de larven een onregelmatig gangmijntje met verspreide zwarte frass. Vaak heeft de gang op het einde een min of meer frassloze verbreding. De mijn begint soms bij een eischaaltje (onderste foto), maar de larve kan ook een mijn verlaten en elders op het blad opnieuw beginnen: in dat geval begint de mijn bij een klein rond gaatje. Voordat het blad valt verlaten ze de mijn en boren zich voor de overwintering in de bast. Na de overwintering leven ze als scheutboorder, of vrij tussen samengesponnen bladeren.

waardplanten

Oleaceae, oligofaag (?)

Fraxinus excelsior, ornus.

De soort wordt ook gemeld van Daphne, maar het is niet werkelijk duidelijk of dit een structurele relatie betreft.

fenologie

Larven leven in october als bladmineerder (Agassiz, 1996a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa

Geheel Europa, met uitzondering van de Middellandse Zee-eilanden en het Balkanschiereiland (Fauna Europaea, 2009).

larve

pop

Afgebeeld en beschreven door Patočka (1997a), Patočka & Turčáni (2005a).

synoniemen

Prays curtisella (Donovan, 1793).

literatuur

Agassiz (1996), Baldizzone (2004a), Bengtsson & Johansson (2011a), Buhr (1964a), Buszko (1992b), Deschka & Wimmer (2000a), Hering (1957a), Huemer (2012a), Kollár & Hrubík (2009a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Leutsch (2011a), Maček (1999a), Patočka (1997a), Patočka & Turčáni (2005a), Robbins (1991a), Skala (1951b), Sønderup (1949a), Szőcs (1977a), Wörz (1957a), Zoerner (1969a).

mod 28.xi.2018