Pseudoswammerdamia combinella (Hübner, 1786)

rode duifmot

Pseudoswammerdamia combinella mine

Prunus spinosa, Nieuwendam

mijn

De jonge larve maakt een voldiepe blaasmijn. De meeste frass wordt door een snede in de epidermis naar buiten gewerkt. Later leven de larven vrij, in een vaak gemeenschappelijk spinsel (Agassiz, 1996a).

waardplanten

Rosaceae, monofaag

Prunus domestica, spinosa.

fenologie

Larven in juli-september (Agassiz, 1996a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2010).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2010).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2010).

verspreiding binnen Europa

Van Scandinavië tot Spanje, Sardinië, Sicilië en Macedonië, en van Ierland tot de Ukraine (Fauna Europaea, 2010).

larve

Lichaam vuilgeel met een geelgroene dorsale lijn en een paar subdorsale lijnen met roodachtige stippen. Kop bleek gelig (Agassiz, 1996a).

pop

Zie Patočka & Turčáni (2005a).

synoniemen

Paraswammerdamia combinella.

literatuur

Agassiz (1996a), Bengtsson & Johansson (2011a), Gielis, Huisman, Kuchlein ao (1985a), Huisman & Koster (1994a, 1999a), Gielis, Huisman, Kuchlein ao (1985a), Huisman & Koster (1999a), Huisman, Koster, van Nieukerken ao (2006a), Huisman, Koster, van Nieukerken & Ellis (2009a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Patočka & Turčáni (2005a), De Prins (1998a), Robbins (1991a), Wieser & Huemer (1997a).

mod 7.viii.2019