Scythropia crataegella (Linnaeus, 1767)

doornspinnertje

Scythropia crataegella mines

Crataegus monogyna, Nieuwendam, 22.x.2011

Scythropia crataegella mines

ander blad (samen met Rhamphus oxyacanthae).

Scythropia crataegella mines

nog een

Scythropia crataegella mine

primaire mijn; rechts, half bovenop de hoofdnerf, het ei

Scythropia crataegella mines

secundaire mijntjes

Scythropia crataegella mines

secundaire mijntjes, onderzijde; frasskorrels zijn blijven hangen in een onzichtbaar ijl spinsel

Scythropia crataegella: secondary mines on Prunus spinosa

Prunus spinosa, Veenendaal, 14.x.2016 © Ben van As; secundaire mijnen

Scythropia crataegella: secondary mines on Prunus spinosa

doorzicht

Scythropia crataegella: vacates mines on Crataegus monogyna

Crataegus monogyna, Tilburg, de Kaaistoep, 17.v.2019 © Paul van Wielink: secundaire mijnen

Scythropia crataegella: vacates mines on Crataegus monogyna

zelfde blad in doorzicht

mijn

De jonge larven maken zeer kleine (≤ 3 mm) gang- of blaasmijntjes, meestal een aantal in een blad. De primaire mijn ligt meestal tegen de hoofdnerf; voorzover ik ze heb gezien ligt het ei altijd aan de bovenzijde. De secundaire mijnen liggen vaak op een blad zonder primaire mijn: de larven verhuizen kennelijk gemakkelijk naar een ander blad. De secundaire mijnen worden aangeboord vanaf de onderzijde van het blad; onder het blad wordt spinsel afgezet. De meest frass wordt uit de mijnen verwijderd, waarbij frasskorrels vaak in het spinsel blijven hangen. Al vrij spoedig leven de larven geheel vrij in een gezamenlijk spinsel onder het blad. Ze overwinteren in een hibernaculum, en leven in het voorjaar vrij.

waardplanten

Rosaceae, oligofaag

Cotoneaster integerrimus; Crataegus monogyna; Malus domestica; Prunus domestica, spinosa; Pyrus communis.

Wörz (1957a) noemt nog Euonymus en Quercus; dat moet nader worden bevestigd.

fenologie

Larven van het najaar tot in juni.

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2010).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2010).

LUX waargenomen (Fauna Europaea, 2010).

verspreiding binnen Europa

Van Fennoscandia tot de Middellandse Zee, en van Engeland tot Roemenië (Fauna Europaea, 2010).

larve

sociaal; kop zwart, met bruine en witte lijnen; lichaam vlekkerig roodbruin tot grijsbruin (Agassiz, 1996a).

pop

Afgebeeld door Patočka (1997a).

literatuur

Agassiz (1996a), Baldizzone (2004a), Bengtsson & Johansson (2011a), Buhr (1936a), Burmann (1951a), Emmet (1976a), Heckford (1986a), Hering (1957a), Huisman, Koster, Muus & van Nieukerken (2013a), Kasy (1987a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Patočka (1997a), Patočka & Turčáni (2005a), Robbins (1991a), Schütze (1931a), Skala (1951b), Szőcs (1977a), Wegner (2010a), Wörz (1957a).

mod 20.x.2019