Yponomeuta rorrella (Hübner, 1796)

wilgenstippelmot

mijn

In het voorjaar maken de jonge larven gemeenschappelijke voldiepe blaasmijnen; spoedig daarna leven ze vrij in een driedimensionaal gemeenschappelijk spinsel.

waardplanten

Salicaceae, monofaag

Salix alba, cinerea, “x fragilis”.

fenologie

Minerende larven omstreeks mei, juni; vrijlevend in juni-juli (Hering, 1957a; Agassiz, 1996a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2010).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2010).

LUX waargenomen (Fauna Europaea, 2010).

verspreiding binnen Europa

Grootste deel van Europa; niet in Noorwegen, Ierland, en grote delen van de Balkan (Fauna Europaea, 2010).

larve

Lichaam lichtgrijs; elk segment met een grote, subdorsale bruinzwarte vlek; kop, poten, prothoracale en anale plaat bruinzwart.

pop

Tweekleurig: kop en borststuk (met de vleugels, poten en antennen) en achterlijfspunt donker chocoladebruin, lichaam geel. Zie ook Patočka & Turčáni (2005a)

synoniemen

Hyponomeuta, Yponomeuta rorellus auct.

literatuur

Abras, Fassotte, Chandelier & Cavelier (2008a), Agassiz (1996a), Baldizzone (2004a), Bengtsson & Johansson (2011a), Gómez de Aizpúrua (2003a), Hering (1957a), Huisman, Koster, van Nieukerken & Ulenberg (2004a [“rorella”]), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Patočka & Turčáni (2005a), De Prins (1998a), Robbins (1991a), Szőcs (1977a), Wörz (1957a).

mod 5.viii.2019