Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Cedestis gysseleniella

Cedestis gysseleniella Zeller, 1839

nassaubandmot

Cedestis gysseleniella mine

Pinus sylvestris © Rob Edmuns, UK

Cedestis gysseleniella mine

uittree-opening

mijn

Niet ver van de basis van de mijn wordt een relatief groot, ovaal, geribd, ei afgezet op de bolle zijde van een naald. De larve die er uit komt maakt aanvankelijk een slingerende oppervlakkige gangmijn in de richting van de bladtop.Al snel wordt de mijn dieper en vult dan de hele dikte van de naald. De larve vreet zich dan door de naald in de richting van de top; de mijn is grotendeels gevuld met frass. Verpopping extern; de larve maakt een gaatje vlak onder top, aan de vlakke kant van de naald, om de mijn te verlaten.

waardplanten

Pinaceae, monofaag

Pinus contorta, mugo, nigra & subsp. laricio, pinaster, sylvestris.

fenologie

Larven van de herfst tot mei het volgende jaar; ze overwinteren in de naalden (Wegner).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2010).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2010).

LUX waargenomen (Fauna Europaea, 2010).

verspreiding binnen Europa

Europa, uitgezonderd Ierland en de Middellandse Zee-eilanden (Fauna Europaea, 2010).ei

larve

pop

synoniemen

Eucedestis gysseleniella.

literatuur

Agassiz (1996a), Bengtsson & Johansson (2011a), Buhr (1935b), Corley, Marabuto, Maravalhas ao (2008a), Gómez de Aizpúrua (1994a, 2003a), Hering (1957a), Huemer (2012a), Huisman, Koster, Muus & van Nieukerken (2013a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), van Nieukerken, Gielis, Huisman ao (1993a), Patočka (1997a, 1999b), Patočka & Turčáni (2005a), Robbins (1991a), Schütze (1931a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Šumpich (1998a), Szőcs (1977a), Thomann (1956a), Trägårdh (1911a), Wegner (2010a), Wörz (1957a).

Laatste bewerking 3.vi.2022