Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Kessleria saxifragae

Kessleria saxifragae (Stainton, 1868)

mijn

Het bladrozet wordt, meestal door verscheidene larven tesamen, overtrokken door een spinsel. Daaronder mijnt elke jonge larve een paar bladeren uit; de oudere larve leeft vrij. De mijn bevat gewoonlijk geen frass, zelden bevat een blad een of enkele grote frassklompen. Verpopping buiten de mijn.

waardplanten

Saxifragaceae, monofaag

Saxifraga aizoides, cotyledon, federici-augusti subsp. grisebachii, hirsuta, oppositifolia, paniculata, spathularis.

fenologie

Larven in juni, juli (Hering, 1957a).

BENELUX

Niet bekend van de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa

Gebergten van de Britse Eilanden tot Italië en Macedonië, en van Polen tot het Iberisch Schiereiland (Fauna Europaea, 2009); tot ca 2800 m hoogte.

larve

Kop en prothoracale plaat zwart. Lichaam spoelvormig, flauw olijfgroen met een wat donkerder ruglijn; elke segment met roodbruine laterale tekening, buikzijde groen (Agassiz, 1996a). De beschrijving door Huemer & Tarmann (1991a) klinkt ietwat verschillend: Kop gelig bruin, prothoracale en anale plaat groenbruin; lichaam lichtgroen met een licht roodachtige dorsale lijn en rode subdorsaalvlekken; pinacula zwartgroen; borstpoten lichtbruin. Foto’s bij Schmid.

synoniemen

Hofmannia, Zelleria saxifragae.

literatuur

Agassiz (1996a), Baraniak (1988a), Burmann (1943a), Deschka & Wimmer (2000a), Gershenson, Pavlíček, Chikatunov & Nevo (2002a), Embacher & Huemer (2008a), Embacher & Kurz (2008b), Huemer (2005a), Huemer & Mutanen (2015a), Huemer & Tarmann (1991a), Gershenson ao (2002a), Heckford (2001b), Hering (1931f, 1957a), Klimesch (1942c, 1956c), Kyrki (1985a), Schmid (2019a), Skala (1951b), Szabóky (2015a), Thomann (1956a).

Laatste bewerking 21.ii.2021