Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Ocnerostoma friesei

Ocnerostoma friesei Svensson, 1966

voorjaarsnaaldkwastje

Ocnerostoma friesei larva

Pinus sylvestris, Hilversum (winter); top van de naald links

Pinus sylvestris, Posbank; top van een naald, met ei

mijn

De mijn begint bij een ovaal eitje aan de vlakke zijde van de top van de naald. Vandaar uit holt de larve de naald voor ongeveer een kwart van zijn lengte uit. De hele mijn, behalve de larvekamer is met frass gevuld. De volgroeide larve verlaat via een gaatje onderaan in de mijn, en vormt een cocon tussen een paar samengesponnen naalden. Uitsluitend middels de pop te onderschieden van O. piniarella.

waardplanten

Pinaceae, monofaag

Pinus mugo, sylvestris.

Berichten over voorkomen op Abies alba, en vooral Juniperus moeten nader worden bevestigd.

fenologie

Larven in december-maart en juni-juli (Agassiz, 1996a), imagines in april-mei en augustus (Koster, 1990a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2010).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2010).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2010).

verspreiding binnen Europa

Van Fennoscandia en Noord-Rusland tot Spanje en de Alpen, en van Ierland tot de Ukraïne (Fauna Europaea, 2010).

larve

pop

literatuur

Agassiz (1996a), Baldizzone (2004a), Bengtsson & Johansson (2011a), Corley, Merckx, Cardoso, Dale,Marabuto, Maravalhas & Pires (2012a), Gómez de Aizpúrua (2003a), Huemer (2012a), Koster (1990a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Patočka & Turčáni (2005a), Robbins (1991a), Svensson (1966a).

06/02/2017/p>

Laatste bewerking 16.ii.2018