Ypsolophidae, Ochsenheimeriinae

Een groepje met maar weinig soorten, alle in één geslacht. De groep is beperkt tot het Palaearctische gebied, maar Ochsenheimeria vaculella is in de zestiger jaren geïntroduceerd in de Verenigde Staten en is daar in beperkte mate een plaaginsect in de graancultuur. De biologie van veel soorten is nog niet bekend, maar het algemene patroon is dat de jonge larven zich vaak verspreiden middels herfstdraden, en eenmaal op een geschikte waardplant aangekomen (soms Juncaceae of Cyperaceae, maar meestal Poaceae) gedurende ongeveer een week in het blad mineren, daarna leven als stengelboorder. De larven kunnen met het sleepnet worden verzameld, wat te maken heeft met het feit dat ze verscheidene stengels nodig hebben voor hun ontwikkeling. De larven (voorzover bekend) zijn ongewoon slank, wit, met korte setae en vier, vrij goed ontwikkelde, buikpoten met 0-14 haakjes in een enkele dwarsrij. De borstpoten hebben aan het eind, naar het tarsklauwtje, een lange sterk verdikte borstel. De bladmijnen zijn niet beschreven. (Davis, 1975a, 1987a; Emmet, 1985b).

De systematische plaats van Ochsenheimeria is omstreden. Davis en Emmet beschouwen het als een aparte familie binnen de Tineoidea, anderen willen aansluiting bij de Yponomeutoidea, en de Fauna Europaea (2014) plaatsen het als een subfamilie Ochsenheimeriinae binnen de Ypsolophidae.

literatuur

Davis (1975a, 1987a), Emmet (1985b).

mod 27.xi.2018