Eriocrania salopiella (Stainton, 1854)

geelkoppurpermot

Eriocrania salopiella: mine on Betula pubescens

Betula pubescens, België, prov. Vlaams Brabant, Averbode, Varkensbroek © Carina Van Steenwinkel

Eriocrania salopiella: mine on Betula pubescens

Betula pubescens, België, prov. Limburg, Lanaken, de Hoefaert © Carina Van Steenwinkel

Eriocrania salopiella: exuvium of young larva

uitsnede uit vorige foto: dit exuvium van een jonge larve laat zien dat in dit vroege stadium dit larve zwart gevlekt is.

Eriocrania salopiella mine

Betula pendula, Groeningse Berg

Eriocrania salopiella mine

zelfde mijn, detail

mijn

Gangmijntje, meestal niet ver van de hoofdnerf beginnend, tamelijk geleidelijk overgaand in een zeer grote blaasmijn. Frass in lange draden. Verpopping in de grond.

waardplanten

Betulaceae, monofaag

Betula pendula, pubescens.

fenologie

Mijnen in midden mei (Hering, 1957a) of mei-juni (Heath, 1976a).

BENELUX

BE waargenomen (De Prins & Steeman, 2011a).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa

Van Fennoscandia en noordelijk Rusland tot de Pyreneeën en Alpen, en van Ierland tot Tsjechië (Fauna Europaea, 2009).

larve

literatuur

Bengtsson (2008a), Heath (1983a), Hering (1957a), Huisman & Koster (1994a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Maček (1999a), De Prins & Steeman (2011a), De Prins, Steeman & Sierens (2016a), Robbins (1991a).

mod 23.vii.2019