Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Eriocrania semipurpurella

Eriocrania semipurpurella (Stephens, 1835)

variabele purpermot

Eriocrania semipurpurella mine

Betula, Steenbergen © Kees Boele

Eriocrania semipurpurella mine

Betula pubescens, Nieuwendam, bladonderzijde; mijn met jonge larve

Betula pubescens, Hollandsche Rading: eerste begin van de mijn

mijn

Ovipositie op enkele mm van de bladrand. Vandaar begint een gangetje van enkele mm, gevuld met korrelige frass. De begingang gaat plotseling over in een grote witte voldiepe blaasmijn met frass in lange draden. De blaas sluit grotendeels bij de bladrand aan, en overloopt gewoonlijk de begingang. Vrijwel altijd één larve in een mijn (tenzij door samenvloeien van twee mijnen). De larve ligt met de rug naar boven in de mijn. Verpopping extern. Oude mijnen verdrogen en verbruinen; later in de zomer is er niets meer van terug te vinden.

waardplanten

Betulaceae, monofaag

Betula pendula, pubescens.

fenologie

Mijnen van eind maart tot begin mei (Heath, 1983a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa

Geheel Europa, met uitzondering van het Balkan-Schiereiland en de Middellandse Zee-eilanden (Fauna Europaea, 2009).

larve

synoniemen

Allochapmania semipurpurella.

literatuur

Bengtsson (2008a), Borkowski (2003a), Buhr (1935a), Haase (1942a), Hellers (2016a), Hering (1957a), Huber (1969a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Kurz (2016a), De Prins & Steeman (2011a), Robbins (1991a), Schütze (1931a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Stammer (2016a), Szőcs (1977a), Toll 1959a.

Laatste bewerking 26.viii.2019