Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Antispila metallella

Antispila metallella (Denis & Schiffermüller, 1775)

grote kornoeljegaatjesmaker

op Cornus

Antispila metallella: mine on Cornus sanguinea

Cornus sanguinea, Hongarije, Kimle, 24.v.2018 © László Érsek

Antispila metallella: larva

larve in geopende mijn

Antispila metallella: mine on Cornus sanguinea

Cornus sanguinea, Hongarije, Mosonmagyaróvár, 22.vi.2020 © László Érsek: voltooide mijn, met uitsnede

Antispila metallella: case

zak

Antispila metallella: case

zak in tegenlicht

Antispila metallella: case

geopende zak

Antispila metallella mine

Cornus sanguinea, Nieuwendam, 6.viii.2001

Antispila metallella mine

zelfde mijn, detail

Antispila metallella mine

Cornus sanguinea, Gulpen; coll. JC Koster, herbarium-materiaal

mijn

Aanvankelijk een kort gangetje nabij de bladrand, plotseling overgaand in een grote blaasmijn, die zich vaak over het begingangetje uitbreidt. De larve maakt uiteindelijk een ovale uitsnede met een lengte van 5.5-7 mm, laat zich daarmee op de grond vallen. In deze uitsnede, die nu als zak dient, leeft de larve vervolgens vrij. Al voor de winter vindt in de uitsnede de verpopping plaats (Kuchlein & van Frankenhuyzen, 1999a).

Voordat het wijfje het ei afzet, maakt ze eerst een aantal “voorprikjes”, die later vaak terug te vinden zijn als een gebogen rijtje van 2-7 bruine vlekjes loodrecht op de begingang (Heath & Pelham-Clinton, 1976a).

waardplanten

Cornaceae, monofaag

Cornus alba, mas, sanguinea.

Door Ben van As waargenomen op C. sericea. C. sanguinea is verreweg de belangrijkste waardplant.

fenologie

Larven worden minerend gevonden in juli-augustus (Heath & Pelham-Clinton, 1976a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE Niet algemeen (voor het eerst gevonden door Doets, 1950a, in Geulhem), maar soms in grote aantallen optredend.

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa

Van Scandinavië tot de Pyreneeën, Italië en Roemenië, en van Engeland tot Rusland (Fauna Europaea, 2009; van Nieukerken ea, 2012a); Iberia (Laštůvka & Laštůvka, 2015a).

larve

synoniemen

Antispila pfeifferella Hübner, 1813.

literatuur

Ahr (1966a), van As & Ellis (2004a), Bengtsson (2008a), Borkowski (2003a), Buhr (1935a, 1964a), Doets (1950a), Drăghia (1967a, 1968a, 1971a), Dziurzynski (1958a), Grandi (1931a, 1933a), Heath & Pelham-Clinton, 1976a), Hellers (2016a), Hering (1924a, 1957a, 1961a), Huber (1969a), Huemer & Erlebach (2003a), Huisman & Koster (1994a, 1995a, 1997a), Huisman, Koster, Muus & van Nieukerken (2013a), Huisman, Koster, van Nieukerken & Ulenberg (2004a, 2005a), Kolbeck, Lichtmannecker & Pröse (2005a), Kollár & Hrubík (2009a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & van Frankenhuyzen (1999a), Kuchlein & de Vos (1999a), Kurz (2016a), Laštůvka & Laštůvka (2015a), Lhomme (1934c), Maček (1999a), Michna (1975a), van Nieukerken, Wagner, Baldessari ao (2012a), Popescu-Gorj & Drăghia (1968a), De Prins & Steeman (2013a), Robbins (1991a), Roweck & Savenkov (2013a), Sefrová (2005a), Shurmer (2020a), Skala (1949a), Sønderup (1949a), Starý (1930a), Szőcs (1977a, 19981a), Tourlan (2013a), Zoerner (1969a).

Laatste bewerking 29.vi.2020