Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Antispila treitschkiella

Antispila treitschkiella (Fischer von Röslerstamm, 1843)

kleine kornoeljegaatjesmaker

Antispila treitschkiella: mine on Cornus mas

Cornus mas, Hongarije, Budapest, arboretum, 27.ix.2019 © László Érsek

Antispila treitschkiella: mine on Cornus mas

mijn, bovenzijde, opvallend licht

Antispila treitschkiella: mine on Cornus mas

zelfde mijn, doorvallend licht

Antispila treitschkiella: mine on Cornus mas

zelfde mijn, onderzijde (de larve ligt ruggelngs in de mijn)

Antispila treitschkiella mines

Cornus mas, Nieuwendam; begin october 2009 bereikte de soort opnieuw plaagdichtheden; vrijwel geen enkel blad was minder zwaar bezet (dit blad was bovendien aangedaan door een behangersbijtje [Megachile]).

Antispila treitschkiella mine

Cornus mas, Nieuwendam: verlaten mijn

jonge mijn met larve

Antispila treitschkiella case with larva

Cornus mas, Roemenië, Bacau distr., Hemeius: uitgesneden zakje met larve © Camelia Ureche

mijn

Ovipositie gewoonlijk vlakbij de bladrand. Vandaar begint een gangetje van ca. 1 cm; het bevat veel frass, is aan het begin vaak wat gekronkeld, en loop gewoonlijk vlak langs de bladrand. Dan keert de larve zijn richting om (©), en begint tegelijkertijd aan een voldiepe blaasmijn, die enige centimeters breed en lang kan worden. De frass ligt hier verspreid in losse korrels. De volgroeide larve bekleedt een ovaal gedeelte aan de rand van de blaas van binnen met een lichtbruin perkamentachig laagje van spinsel, snijdt dit vervolgens los en laat zich daarin op de grond vallen. De uitsnede die zo ontstaat is 4-5.5 mm lang.

In tegenstelling tot bij A. metallella maakt het wijfje bij de ovipositie geen “voorprikjes” (Dziursynski, 1958a; Heath & Pelham-Clinton, 1976a). In tegenstelling tot bij metallella heeft de larve dorsaal op alle lichaamssegmenten een centrale zwarte vlek, goed te zien ook zonder de mijn te openen. (De larve ligt meestal ruggelings in de mijn).

waardplanten

Cornaceae, nauw monofaag

Cornus mas.

fenologie

Bivoltien. Larven van juni tot juli, die van een tweede generatie van augustus tot de herfst; de twee generatie kunnen soms overlappen.

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

De soort is pas in de jaren ’90 voor te eerst in NL waargenomen en breidde zich onmiddellijk sterk uit (Kuchlein & van Frankenhuyzen, 1999a). From 2003 here and there mass occurrences are seen (van As & Ellis, 2004a).

verspreiding binnen Europa

Zuidelijk van de lijn Engeland – Ukraine, ontbreekt echter in het Iberisch Schiereiland en de Middellandse Zee-eilanden (Fauna Europaea, 2009).

larve

pop

Beschreven door Patočka & Turčáni (2005a).

synoniemen

Antispila stachjanella Dziurzyński, 1948.

parasitoïden, predatoren

Pnigalio pectinicornis.

opmerkingen

Gewoonlijk is de ovipositie vlakbij de bladrand; maar in sommige Nederlandse populaties ligt ca 50% van de mijnen vrij van de bladrand.

opmerkingen

Bijna zestig jaar lang is deze soort verward met A. petryi. Bij het raadplegen van de hieronder genoemde literatuur moet dat in het oog worden gehouden.

literatuur

van As & Ellis (2004a), Beiger (1979a), Bengtsson (2008a), Borkowski (2003a), Buhr (1935a), Buszko & Beshkov (2004a), Corley, Marabuto Pires (2007a), Deschka & Wimmer (2000a), Dziurzyński (1948a, 1952a, 1958a), Embacher, Kurz & Zeller-Lukashort (2004), Heath & Pelham-Clinton (1976a), Hellers (2016a), Hering (1957a, 1961a), Huber (1969a), Huemer (1986b), Huisman & Koster (1995a), Huisman, Koster, Muus & van Nieukerken (2013a), Huisman, Koster, van Nieukerken & Ellis (2007a), Huisman, Koster, van Nieukerken & Ulenberg (2004a, 2005a), Kasy (1983a, 1987a), Klimesch (1950c), Kollár & Hrubík (2009a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & van Frankenhuyzen (1999a), Kuchlein & de Vos (1999a), Lhomme (1934c), Kurz (2016a) , Kurz & Kurz (2007a), Kvičala (1938a), Maček (1999a), Matošević, Pernek, Dubravac & Barić (2009a), van Nieukerken, Lees, Doorenweerd ao (2018a), Parenti & Varalda (2000a), Patočka & Turčáni (2005a), Popescu-Gorj & Drăghia (1966a), De Prins (2007a), Pröse, Kolbeck & Segerer (2003a), Robbins (1991a), Sefrová (2005a), Skala (1949a, 1951a), Skala & Zavřel (1945a), Starý (1930a), Steuer (1995a), Stolnicu (2007a, 2008a), Szőcs (1977a, 1978a, 1981a), Tomov & Krusteva (2007a), Tourlan (2013a), Ureche (2010a), Zoerner (1969a).

Laatste bewerking 17.vi.2022