Coptodisca lucifluella (Clemens, 1860)

op Juglans

mijn

Ovipositie, middels een legboor, in de onderzijde van het blad. Van hier ontwikkelt zich een vrij klein voldiep blaasmijntje, met een centrale dichte klomp frass. De volgroeide larve maakt aan de rand van de blaas een ovale uitsnede, en laat zich daarin gesandwiched op de grond vallen voor de verpopping.

waardplanten

Betulaceae, Juglandaceae, nauw polyfaag

Juglans nigra, regia.

In de Verenigde Staten op verscheidene Carya spec.

fenologie

In Italië drie generaties per jaar. De soort overwintert als volgroeide larve.

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2012).

verspreiding binnen Europa

Noord-Amerikaanse soort, die in 2010 voor het eerst in Europa werd gezien, in Italië; daar nu een schadelijke invasieve soort.

synoniemen

toen de soort voor het eerst opdook in Italië werd de soort, onder voorbehoud, gedetermineerd als C. juglandiella (Chambers, 1874). Pas in het artikel van Bernardo ea (2015a) werd de correcte naam gegeven.

literatuur

Bernardo, van Nieukerken, Sasso ao (2015a), Bernardo, Sasso, Gebiola & Viggiani (2011a), Szabóky & Takács (2018a).

mod 27.xii.2019