Heliozela resplendella (Stainton, 1851)

elzenzilvervlekmot

Heliozela resplendella mine

Alnus glutinosa, Nieuwendam

Heliozela resplendella mine

uitsnede

mijn

De mijn begint in een van de dikkere nerven op een blad. Via die nerf daalt de larve af naar de hoofdnerf. Vaak steekt de larve middels een haarfijn gangetje over van de ene zijnerf naar de ander. In de hoofdnerf daalt de larve een heel eind af, soms tot diep in de bladsteel (te zien door hoofdnerf en bladsteel te klieven). Uiteindelijk keert de larve via de hoofdnerf naar de bladschijf terug en maakt daar een kort, voldiep, snel breder wordend gangmijntje, waarbij er een duidelijke lijn van frass midden in de gang ligt. Uiteindeljk wordt een ovaal bladstukje uitgesneden van ca 2 x 5 mm, waarmee de larve zich op de grond laat vallen.

waardplanten

Betulaceae, monofaag

Alnus glutinosa, glutinosa x incana, incana, orientalis, viridis.

fenologie

Larven in juni en juli-october (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009); gewone soort.

LUX waargenomen (Ellis, Kautenbach).

verspreiding binnen Europa

Van Scandinavië, Finland en Noord-Rusland tot Portugal en Spanje, Alpen, en Roemenie, en van Ierland tot de Baltische Staten (Corley ea, 2006a; Fauna Europaea, 2009, A & Z Laštůvka, 2014a); Cyprus (Barton, 2015a).

pop

Beschreven door Patočka & Turčáni (2005a).

opmerkingen

Tot voor kort waren er in de volwassen vlinders geen constante verschilkenmerken bekend ten opzicht van H. resplendella. Daarom beschouwden onder meer Kuchlein & de Vos (1999a) Heliozela hammoniella als een synoniem van resplendella. Mutanen ea (2007a) hebben echter definitief aangetoond dat het om twee gescheiden soorten gaat.

literatuur

Ahr (1966a), Barton (2015a), Bengtsson (2008a), Borkowski (2003a), Buhr (1935a, 1964a), Buszko & Baraniak (1989a), Corley, Maravalhas & Passos de Carvalho (2006a), Dauphin & Aniotsbehere (1997a), Emmet (1983c), van Frankenhuyzen & Houtman (1972a), van Frankenhuyzen Houtman & Kabos (1982a), Hellers (2016a), Hering (1957a), Huber (1969a), Huemer (1986b), Klimesch & Skala (1936a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Kuchlein ao (1988a), Kurz (2016a) , Lambinon, Carbonnelle & Claerebout (2015a), A & Z Laštůvka (2014a), Maček (1999a), Mutanen, Itämies & Kaila (2007a), Nowakowski (1954a), Patočka & Turčáni (2005a), Redfern & Shirley (2011a), Robbins (1991a), Schütze (1931a), Skala (1949a, 1951a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Szőcs (1977a), Tomasi (2014a), Zoerner (1969a, 1970a).

mod 29.viii.2019