Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Incurvaria pectinea

Incurvaria pectinea Haworth, 1828

berkenbladsnijdermot

op loofbomen

Incurvaria pectinea: mines on Acer platanoides

Acer platanoides, Amerongse Bovenpolder, 21.vi.2010 © Bn van As

Incurvaria pectinea: mines on Betula pendula

Betula pendula, Hongarije, Kimle, 28.iv.2018 © László Érsek

Incurvaria pectinea: mines on Betula pendula

detail; let op de opvallende ovipositie-littekens

Incurvaria pectinea: mines on Betula pendula

gemineerd blad in doorzicht

Incurvaria pectinea:  mining larvae

detail

Incurvaria pectinea:  mining larva

minerende larve, dorsaal

Incurvaria pectinea:  mining larva

minerende larve, ventraal

Incurvaria pectinea: mines on Carpinus betulus

Carpinus betulus, België, prov. Namen, Viroinval, Vierves-sur-Viroin, 10.v.2015 © Stéphane Claerebout

Incurvaria pectinea: occupied mines on Carpinus betulus

larven in hun mijntjes

Betula

Betula pubescens © Rob Edmunds, UK

13282

Alnus glutinosa, Susteren, 16.v.2005

18349

Robinia pseudoacacia, Vorden, 1.vi.2008

mijn

De larven beginnen met het maken van ronde blaasmijntjes van 4-5 mm diameter; een voorafgaand gangetje van enkele mm wordt meestal overlopen. Vaak is er een aantal op één blad. Later snijden ze daar een stuk uit, niet veel kleiner dan het mijntje zelf. Hierin verpakt laten ze zich op de grond vallen; onderwijl vergroten of vervangen ze het huisje naar behoefte. Ze eten dood bladstrooisel, maar zijn ook waargenomen vretend aan levende bladeren (Beavan & Heckford, 2015a).

waardplanten

polyfaag

Acer campestre, monspessulanum, platanoides; Alnus glutinosa, incana; Betula pendula, pubescens; Carpinus betulus; Cornus sanguinea; Corylus avellana; Malus sylvestris; Ostrya carpinifolia; Prunus mahaleb; Pyrus communis; Robinia pseudoacacia; Sorbus; Tilia cordata.

fenologie

Minerende larven worden gevonden in mei en juni (Heath & Pelham-Clinton, 1983a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2008).

NE waargenomen (Microlepidoptera.nl, 2008).

LUX waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa

vrijwel geheel Europa (Fauna Europaea, 2008).

larve

pop

Beschreven door Patočka & Turčáni (2005a).

synoniemen

Incurvaria zinckenii (Zeller, 1839).

literatuur

Ahr (1966a), Baldizzone (2004a), Beavan & Heckford (2015a), Beiger (1979a), Bengtsson (2008a), Buhr (1935a,b, 1964a), Dziurzynski (1958a), Edmunds (2007b), Heath & Pelham-Clinton (1983a), Hellers (2016a), Hering (1924a, 1927b, 1934b, 1957a), Huemer (1988a, 2012a), Huisman, Koster, van Nieukerken & Ulenberg (2001a), Kovács & Kovács (2000a), Kozlov & Kullberg (2010a), Kozlov, van Nieukerken, Zverev & Zvereva (2013a), Kuchlein & de Vos (1999a), Kurz (2016a), Leutsch (2011a), Lhomme (1934c), Maček (1999a), Michna (1975a), Nowakowski (1954a), Patočka & Turčáni (2005a), De Prins (1998a), Robbins (1991a), Roques, Cleary, Matsiakh & Eschem (2017a), Stammer (2016a), Stolnicu (2007a), Thomann (1956a), Zoerner (1970a).

Laatste bewerking 23.vi.2020