Nepticulidae

Dwergmotjes

Een goed veldkenmerk voor de mijnen van deze familie is dat de mijnen beginnen bij een halfbolvormig, glimmend, eischaaltje. De larve boort zich in het bladweefsel direct onder het ei, en deponeert de embryonale darminhoud in de lege eischaal, die daardoor een zwarte kleur krijgt. In het algemeen verlaten de larven de mijn voor de verpopping. De kleur van de levende larve kan uiteenlopen van wittig over barnsteenkleurig tot flessengroen, en vormt een waardevol determinatiekenmerk.

Zie van Nieukerken (1986b) voor een bespreking van de systematiek van de geslachten van het noordelijk halfrond. Een uitvoerige beschrijving van nepticulidenmijnen is te vinden bij Emmet (1983a) en Johansson ea (1990a).

Stigmella microtheriella larva

Stigmella microtheriella op Corylus avellana; larve, lateraal (het staafje is 0.1 mm dik)

De buikpoten (vaak veel kleiner dan hier afgebeeld) hebben geen haakjeskrans; mogelijk om die reden worden ze in de literatuur meestal calli (“knobbels”) genoemd. De oogvlek heeft maar 1 stemma (puntoogje).

17384_517384_13

links: buikpoten; rechts: het ene puntoogje

Een opvallend kenmerk van nepticulidenlarven is het bezit van twee chitinestaafjes in de onderste twee anuskleppen. Ze helpen om de frass in afgepaste korrels te verdelen. In de laatste achterlijfssegmenten zijn regelmatig twee gekronkelde structuren te zien; mogelijk zijn het buizen van Malpighi.

1341717384_8

links: chitinestaafjes in de anale kleppen; recht: buizen van Malpighi (?)

buikmerg

Stigmella‘s mineren met de rug naar boven, Ectoedemia‘s ligend op hun rug. Het is daarom soms van belang om te weten of de larve ruggelings of op zijn buik in de mijn ligt. Een steuntje daarbij is het buikmerg, de centrale zenuwstreng die zoals bij alle insecten ventraal ligt. Het buikmerg is bij nepticulidenlarven meestal goed te zien als een grijze of bruine streng met per segment een verwijding.

13164_v

Stigmella hemargyrella: ventraal

13164_d

dezelfde larve, dorsaal

ventrale (dorsale) platen

Bij een aantal Ectoedemia-soorten hebben de larven gedurende de eerste stadia ventraal op de meso- en metathorax en abdomen 1-8 à 10 een grote, vaak bruingekleurde, plaat. In de loop van het laatste of voorlaatste stadium vallen deze platen af, onafhankelijk dus van de vervelling; pas daarna wordt het buikmerg zichtbaar. Bij enkele soorten treden ook dorsale platen op (Gustafsson & van Nieukerken, 1990a).

klimesch_1941b_7

Ectoedemia preisseckeri: larve, bezig de ventrale platen af te stoten; uit Klimesch (1941b)

belangrijke website

Nepticulidae & Opostegidae: the smallest moths of the world

literatuur

Doorenweerd, van Nieukerken & Hoare (2016a), Doorenweerd, van Nieukerken & Menken (2015a), Doorenweerd, van Nieukerken, Sohn & Labandera (2015a), Emmet (1983a), Gustafsson & van Nieukerken (1990a), Johansson ao (1990a), Klimesch (1941b), van Nieukerken (1986b), van Nieukerken, Doorenweerd, Hoare & Davis (2016a).

mod 4.iii.2018