Ectoedemia klimeschi (Skala, 1933)

mijn

Het ei wordt afgezet op de bladsteel. Hierin leeft de larve aanvankelijk als boorder; de bladsteel zwelt daarbij galachtig ietwat op. Na de laatste vervelling gaat de larve het blad in, en maakt een blaasmijn. De blaas ligt gewoonlijk niet tussen twee dikke nerven in, maar ligt aan weerszijden van een dikke nerf of zelfs de hoofdnerf. De larve eet hoofdzakelijk ‘s nachts, en trekt zich overdag terug in de bladsteel. Hierdoor komt de frass in de mijn te liggen in twee brede banen, parallel aan de zijden. Verpopping extern.

waardplanten

Salicaceae, monofaag

Populus alba.

Op zaailingen, en op grote, gelobde bladeren aan jonge takken van bomen; gewoonlijk niet in groene eilanden (van Nieukerken, 1985a).

fenologie

Larven waarschijnlijk al in de zomer in de bladstelen; in de bladmijnen pas in september – november (van Nieukerken, 1985a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa

Van Duitsland, Polen en de Baltische Staten tot Italië en Griekenland (Fauna Europaea, 2009).

larve

Beschreven door Gustafsson & van Nieukerken (1990a); ventrale platen ontbreken.

literatuur

Buhr (1965a), Delplanque (1998a), Diškus & Stonis (2012a), Gustafsson & van Nieukerken (1990a), Hering (1935a, 1957a), Johansson ao (1990a), Kasy (1983a), A & Z Laštuvka (1997a), Z & A Laštuvka (1998a), Z Laštůvka, A Laštůvka, Liška, Marek, Skyva & Vávra (1992a), van Nieukerken (1985a, 1986a), van Nieukerken, A & Z Laštuvka (2010a), Roweck & Savenkov (2007a), Skala (1939a), Skala & Zavřel (1945a), Szőcs (1977a, 1981a).

mod 24.vii.2019