Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Enteucha acetosae

Enteucha acetosae (Stainton, 1854)

Enteucha acetosae mine

Rumex alpestris, Triest; uit Klimesch (1940b)

Enteucha acetosae: vacated mine on Rumex acetosella

Rumex acetosella, Engeland, Norfolk, The Brecks © Rob Edmunds

mijn

Ovipositie aan de bladonderzijde, meestal bij een nerf. De mijn is een nauwe, vrijwel niet breder wordende gang die ca. 5 hele of halve cirkels maakt rondom het ei. Het bladweefsel rondom de mijn is intensief roodgekleurd; vaak verscheidene mijnen in één blad. Frass in aan smalle centrale lijn. Verpopping buiten de mijn.

waardplanten

Polygonaceae, nauw monofaag

Rumex acetosa, acetosella, arifolius.

fenologie

In West- en Midden-Europa vermoedelijk drie generaties (Johansson ea, 1990a).

BENELUX

Waargenomen in België (De Prins ea).

verspreiding binnen Europa

Van Zweden tot de Pyreneeën, Alpen en Servië, en van Ierland tot Roemenië (Fauna Europaea, 2009).

larve

Lichaam bleekgeel, kop heel licht bruin (Gustafsson & van Nieukerken, 1990a), Sich (1908a).

synoniemen

Artaversala, Nepticula, Stigmella, acetosae; Nepticula arifoliella Klimesch, 1940.

literatuur

Beiger (1955a), Bengtsson (2008a), Diškus & Stonis (2012a), Gustafsson (1985a), Gustafsson & van Nieukerken (1990a), Hering (1921b, 1957a), Johansson ao (1990a), Klimesch (1940b), Laštuvka & Laštuvka (1997), Maček (1999a), Michalska (1976a), van Nieukerken (1986a,b), van Nieukerken, A & Z Laštuvka (2006a), Nowakowski (1954a), Parenti & Varalda (2000a), Robbins (1991a), Schütze (1931a), Sich (1908a, 1909a), Skala (1939a, 1951a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Šulcs (1996a), Szőcs (1977a), Zoerner (1969a).

Laatste bewerking 23.vii.2019