Fomoria deschkai (Klimesch, 1978)

Fomoria deschkai mines

Hypericum sp., Rhodos; uit Klimesch (1978b)

Fomoria deschkai mines

Hypericum triquetrifolium, Rhodos; uit Klimesch (1978b)

mijn

Ei aan de bladonderzijde. De mijn begint als een zeer smalle, meestal sterk gekronkelde gang die bijna geheel met frass gevuld is. Deze gaat zonder overgang over in een blaasmijn, waar de frass centraal ligt. De blaas kan de oude gang geheel overlopen. Verpopping in de mijn, in een langgerekte zijden cocon; voor de verpopping heeft de larve al een buis van spinsel aangelegd tussen de cocon en de plek van de bladonderzijde waar de vlinder te voorschijn moet komen.

waardplanten

Hypericaceae, monofaag

Hypericum hircinum, triquetrifolium.

fenologie

Waarschijnlijk verscheidene generaties.

verspreiding binnen Europa

Griekenland (vasteland, Aegaeische Eilanden) (Fauna Europaea, 2009).

larve

Lichtgeel, kop bruin.

synoniemen

Ectoedemia deschkai.

literatuur

Klimesch (1978b), Laštůvka & Laštůvka (2000b), van Nieukerken (1986a), van Nieukerken, Doorenweerd, Hoare & Davis (2016a).

mod 2.iii.2018