Stigmella aurella (Fabricius, 1775)

goudbandmineermot

Stigmella aurella mine

Rubus sp., België, Luik; © Jean-Yves Baugnée, 11 januari 2009

Stigmella aurella mine

Rubus fruticosus, Denekamp, Singraven, 12 januari 2012

mijn

Het ei bevindt zich aan de boven- of onderzijde, niet speciaal bij een nerf. De gang die daaruit voortkomt is niet erg bochtig. De frass ligt in een brede middenlijn. Er is echter een grote overlap met de mijnen van S. splendidissimella.

Koster, Bryan & Povel (1984a) hebben geprobeerd om voor de lastigste situatie, braam, een diagnose te geven die een maximale kans op correcte determinatie geeft. Die luidt voor S. aurella in afnemende volgorde van gewicht: frass in tweede helft van de gang minimaal half zo breed als gang; frass in eerste cm minimaal half zo breed als gang; gang in deze eerste cm recht; mijn oversnijdt zichzelf zelden; mijn doorsnijdt vrij vaak de hoofdnerf.

waardplanten

Rosaceae, oligofaag

Agrimonia eupatoria, procera; Aremonia agrimonoides; Fragaria moschata, vesca, viridis; Geum aleppicum, rivale, urbanum; Rubus caesius, “dumetorum”, fruticosus, idaeus, laciniatus, plicatus, sanctus, saxatilis, ulmifolius.

Incidenteel ook waargenomen op Geranium endressii, versicolor (Laštuvka & Laštuvka, 1997a; Keith Palmer, in litt., 2009); eigenlijk iets te frequent om als xenophagie af te doen. De vermelding van Populus tremula door Tomasi (2014a) is onbegrijpelijk.

fenologie

S. aurella is een uitgesproken zuidelijke soort (die tot op de Canarische Eilanden voorkomt, waar S. splendidissimella ontbreekt), en heeft niet het vermogen om de winter in een winterrust (diapause) door te maken. Gedurende zachte winters blijven de larven actief, en voltooien hun ontwikkeling in maart-april. Waarschijnlijk is er later in de zomer nog een tweede larvengeneratie (Emmet, 1983a).

BENELUX

BE waargenomen (van Nieukerken, 2006b; Phegea, 2009).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa

Europa, ten zuiden van de lijn Ierland – Ukraine (Fauna Europaea, 2009).

larve

cocon

synoniemen

Nepticula aurella; Stigmella fruticosella (Müller-Rutz, 1914).

Emmet (1973-74, 1983a) beschouwde de vorm van agrimonie als een aparte soort, S. nitens (Fologne, 1862), evenals een vorm van aardbei, S. fragariella (Heinemann, 1862) en een op nagelkruid, S. gei (Wocke, 1871); Johansson ea (199oa) zien hierin synoniemen van S. aurella.

literatuur

Aguiar & Karsholt (2006a), Ahr (1966a), Amsel & Hering (1931a, 1933a), Baldizzone (2004a), Beiger (1958a, 1960a, 1979a), Borkowski (1969a), Buhr (1930a, 1935b, 1964a), Buszko & Beshkov (2004a), Černý (2001a), Diškus & Stonis (2012a), Drăghia (1968a), Emmet (1971a, 1973-74, 1983a), Gustafsson & van Nieukerken (1990a), Haase (1942a), Hartig (1939a), Hering (1927a, 1932g, 1934b, 1957a), Huber (1969a), Huemer (1985a, 1988a, 2012a), Johansson ao (1990a), Kasy (1965a), Klimesch (1936a, 1940a, 1942a, 1950c, 1958c, 1977a, 1978b, 1981a), Klimesch & Skala (1936c), Koster, Bryan & Povel (1984a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), A & Z Laštuvka (1997a, 2008a, 2014a), Z & A Laštůvka (2009b), Lhomme (1934c,d), Maček (1999a), Matošević, Pernek, Dubravac & Barić (2009a), Michalska (1970a, 1972a, 1976a), Michna (1975a), van Nieukerken (1986a, 2006a), van Nieukerken, A & Z Laštuvka (2004a, 2006a), van Nieukerken, Mutanen & Doorenweerd (2012a), Nowakowski (1954a), Popescu-Gorj & Drăghia (1968a), De Prins (2007a), Robbins (1991a), Skala (1939a, 1941a, 1951a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Stammer (2016a), Starý (1930a), Steuer (1995a), Stolnicu (2008a), Surányi (1942a), Szőcs (1977a, 1978a, 1981a), Tomasi (2014a), Triberti & Braggio (2011a), Ureche (2010a), Zerafa & van Nieukerken (2011a), Zoerner (1969a, 1970a).

mod 21.iii.2019