Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Stigmella filipendulae

Stigmella filipendulae (Wocke, 1871)

spireamineermot

op Filipendula

Stigmella filipendulae: mine on Filipendula ulmaria

Filipendula ulmaria, Zweden, Motala, Södra Freberga-Jerusalemsviken, 29.vii.2020 © Torbjörn Blixt: verlaten mijn

mijn

Ei op de bovenzijde van het blad, meestal op een nerf of de bladrand. De mijn is een geleidelijk breder wordende gang. Het eerste, smalle deel volgt gewoonlijk precies de bladrand. Frass in een geleidelijk breder wordende vaak onderbroken centrale lijn.

waardplanten

Rosaceae, nauw monofaag

Filipendula ulmaria, vulgaris.

fenologie

Bivoltien; larven in juli en eind augustus – october (Emmet, 1983a).

BENELUX

BE waargenomen (Wullaert, 2018a).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa

Van Fennoscandia tot de Alpen en Karpathen, en van Ierland tot Polen; disjunct ook in Griekenland (Fauna Europaea, 2009).

larve

Helder barnsteengeel (Emmer, 1983a); zie Gustafsson & van Nieukerken (1990a) voor een gedetailleerde beschrijving.

synoniemen

Stigmella ulmariae Wocke (1979). Moleculair onderzoek heeft aangetoond dat er geen aparte populaties bestaan op Filipendula ulmariae en F. vulgaris (van Nieukerken, 2009, in Fauna Europaea).

literatuur

Bengtsson (2008a), Borkowski (1969a), Buhr (1937a), Buszko (1987a), Diškus & Stonis (2012a), Emmet (1970d, 1971a, 1983a), Gustafsson (1985a), Gustafsson & van Nieukerken (1990a), Hering (1957a), Huber (1969a), Huemer (1986a, 1988a), Johansson ao (1990a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Laštůvka & Laštůvka (1997a, 1998a), Maček (1999a), van Nieukerken (1986a), Robbins (1991a), Schütze (1931a), Segerer (2001a), Skala (1939a), Sønderup (1949a), Steeman & Sierens (2019a), Szőcs (1977a, 1981a), Wullaert (2018a).

Laatste bewerking 17.vii.2021