Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Stigmella magdalenae

Stigmella magdalenae (Klimesch, 1950)

grijze lijsterbesmineermot

Stigmella magdalenae: mine on Sorbus aucuparia

Sorbus aucuparia, België, prov. Limburg, Lanaken, de Hoefaert © Carina Van Steenwinkel

Stigmella magdalenae: mine on Sorbus aucuparia

zelfde mijn in doorzicht

Stigmella magdalenae: mine on Sorbus aucuparia

ander exemplaar

Stigmella magdalenae mine

Cotoneaster integerrimus; Tsjechië, Noord Bohemen, Děčín; © Jindra Černý

Stigmella magdalenae mines

Sorbus aucuparia, Nunspeet

Stigmella magdalenae: mine on Sorbus aria

Sorbus aria, België, prov. Namen, Ave-et-Auffe, RN Tienne de Boton © Stéphane Claerebout

Stigmella magdalenae: mine on Sorbus aria

mijn in doorzicht

mijn

Ei op de bladonderzijde, niet vlakbij een nerf. De gang is van begin tot eind smal, en samengevouwen in een klein oppervlak, soms een eindweegs langs de bladrand lopend, vaker langs een zware nerf. Frass in een smalle, regelmatig onderbroken, centrale lijn. In dikke bladeren is de gang korter, en is de frasslijn breder.

waardplanten

Rosaceae, oligofaag

Amelanchier ovalis(?), spicata; Cotoneaster integerrimus; Malus sylvestris; Sorbus aria, aucuparia, torminalis.

fenologie

Larven in juli en augustus (Emmet, 1983a).

BENELUX

BE waargenomen (Baugnée & van As, 2012a).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa

Van Scandinavië en Finland tot de Pyreneeën, Italië en Bulgarije en van Ierland tot Midden Rusland en de Ukraine (Fauna Europaea, 2009).

larve

Groen (Emmet, 1983a; Schoorl ea, 1985a; Gustafsson & van Nieukerken, 1990a).

synoniemen

Nepticula magdalenae. In de oudere literatuur voor 1976 (maar ook bij Emmet, 1983a) wordt de naam St. nylandriella gebruikt voor wat thans magdalenae heet; en wordt de huidige St. nylandriella aangeduid met aucupariae.

opmerkingen

Op appel kan de mijn verward worden met die van S. desperatella, een soort die niet uit Nederland of België bekend is, maar waarvan het voorkomen niet geheel is uit te sluiten. Het enige steekhoudende verschil is dat de larven van magadelenae op achterlijfssegment 9 een veld van fijne stekeltjes hebben, dat bij desperatella ontbreekt (Gustafsson & van Nieukerken, 1990a).

literatuur

Anisimovas, Diškus & Stonis (2006a), Baugnée & van As (2012a), Bengtsson (2008a), Borkowski (1969a), Bruun (1986a), Buhr (1964a), Černý (2001a), Diškus & Stonis (2012a), Emmet (1971a, 1983a), Gielis, Huisman, Kuchlein ao (1985a), Gustafsson (1985a), Gustafsson & van Nieukerken (1990a), Hering (1921b, 1957a), Huemer (1985a, 1988a, 2012a), Huisman, Koster, Muus & van Nieukerken (2013a), Huisman, Koster, van Nieukerken & Ellis (2009a), Huisman, Koster, van Nieukerken & Ulenberg (2004a), Johansson ao (1990a), Klimesch (1950c), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Kurz (2016a), Laštuvka & Laštuvka (1997), Michalska (1972a), Navickaitė, Diškus & Stonis (2011a), van Nieukerken (1986a), van Nieukerken, A & Z Laštuvka (2006a), van Nieukerken, Zolotuhin & Mistchenko (2004a), De Prins, Steeman & Sierens (2016a), Robbins (1991a), Schoorl, van Nieukerken & Wilkinson (1985a), Skala (1939a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Steuer (1995a), Szőcs (1977a), Yefremova & Kravchenko (2015a).

Laatste bewerking 5.ii.2020