Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Stigmella microtheriella

Stigmella microtheriella (Stainton, 1854)

maagdelijke mineermot

Stigmella microtheriella: mine on Corylus avellana

Corylus avellana, Amstelveen

Stigmella microtheriella mine on Carpinus betulus

Carpinus betulus, Duitsland (Baden-Württemberg), Badenweiler: op deze waardplant is de mijn veel meer bepaald door de nervatuur van het blad

Stigmella microtheriella: mine on Carpinus betulus

Carpinus betulus, België, prov. Luik, Braives © Jean-Yves Baugnée

Corylus avellana, Nieuwendam: ook in het eerste begin van de gang ligt de frass in een smalle centrale lijn

Stigmella microtheriella: mine on Corylus avellana

Corylus avellana, Amstelveen: zeer afwijkende mijn, met onwaarschijnlijk veel frass

mijn

Het ei wordt afgezet aan de bladonderzijde, meestal nabij een nerf. De mijn is lang en zelfs tegen het eind nauwelijks breder dan de larve zelf. Frass in een smalle centrale draad. De mijn verschilt ietwat bij de twee waardplanten. De mijn bij Carpinus is zeer sterk nerfbepaald, de frass is wat diffuser verspreid en de mijn is iets korter en breder. Corylus-mijnen zijn niet zo extreem nerfbepaald, langer, en hebben een nauwere frasslijn (Emmet, 1983a; Johansson ea, 1990a). De bleek goudgele larve ligt ruggelings in de mijn.
Soms zijn de mijnen niet goed te onderscheiden van die van S. floslactella; een extra verschilkenmerk is dat het ei van floslactella altijd onderzijdig wordt afgezet in of vlakbij een nerfoksel en dat uitsnede gewoonlijk onderzijdig is. De breedte van de frasslijn is een minder betrouwbaar kenmerk (van Nieukerken, 2021a).

waardplanten

Betulaceae, oligofaag

Carpinus betulus, orientalis; Corylus avellana, colurna, maxima; Ostrya carpinifolia, virginiana.

fenologie

Larven in eind juni-juli en october-november (Emmet, 1983a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX waargenomen (Ellis: Kautenbach).

verspreiding binnen Europa

Geheel Europa (Fauna Europaea, 2009).

larve

opmerkingen

Vrijwel volledig parthenogenetische soort (van Nieukerken, 2006a).

literatuur

Aarvik, Bakke, Berg ao (1997a), Ahr (1966a), Anisimovas, Diškus & Stonis (2006a), Baldizzone (2004a), Beiger (1979a), Bengtsson (2008a), Borkowski (1969a), Braggion (2013a), Buhr (1935a,b, 1964a), Buszko & Baraniak (1989a), Buszko & Beshkov (2004a), J Černý (2001a), Corley, Maravalhas & Passos de Carvalho (2006a), Csóka (2003a), Deschka & Wimmer (2000a), Diškus & Stonis (2012a), Drăghia (1967a), Emmet (1983a), van Frankenhuyzen & Houtman (1972a), van Frankenhuyzen Houtman & Kabos (1982a), Gustafsson (1985a), Gustafsson & van Nieukerken (1990a), Haase (1942a), Hartig (1939a), Hering (1957a), Huber (1969a), Huemer (2012a), Huemer & Erlebach (2003a), Johansson ao (1990a), Kasy (1983a, 1987a), Klimesch (1936a, 1950c, 1958c), Kollár (2007a), Kollár & Hrubík (2009a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Kurz (2016a), Kvičala (1938a), Lhomme (1934b,c), Laštuvka & Laštuvka (1997a), Lepiforum (2024), Maček (1999a), Matošević, Pernek, Dubravac & Barić (2009a), Meijer, Smit, Beukeboom & Schilthuizen (2012a), Michalska (1976a), Michna (1975a), Navickaitė, Diškus & Stonis (2011a, 2014a), van Nieukerken (1986a, 2006a, 2021a), van Nieukerken, A & Z Laštuvka (2004a, 2006a), van Nieukerken, Zolotuhin & Mistchenko (2004a), Nowakowski (1954a), Popescu-Gorj & Drăghia (1966a), De Prins (1998a, 2007), Robbins (1991a), Schütze (1931a), Sefrová (2005a), Skala (1939a, 1951a), Skorb, Diškus & Stonis (0000a), Sønderup (1949a), Stammer (2016a), Starý (1930a), Steuer (1995a), Stolnicu (2008a), Szőcs (1977a, 1978a, 1981a), Tomov & Krusteva (2007a), Ureche (2010a), van Wielink (2020a), Yefremova & Kravchenko (2015a), Zoerner (1969a).

Laatste bewerking 5.i.2024