Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Stigmella oxyacanthella

Stigmella oxyacanthella (Stainton, 1854)

boogjesmineermot

Stigmella oxyacanthella mine on Crataegus monogyna

Crataegus monogyna, Nieuwendam, 22.x.2011

Stigmella oxyacanthella mine on Crataegus monogyna

Crataegus monogyna, Duin en Kruidberg, 11..x.2001

Stigmella oxyacanthella mine on Crataegus monogyna

detail

Stigmella oxyacanthella: vacated mine on Pyrus communis

Pyrus communis, België, prov. Henegouwen, Tournai, RN de la Carrière de l’Orient, 22.viii.2016 © Stéphane Claerebout

mijn

Lange gangmijn, die zich maar weinig verwijdt, en die vrij door het blad slingert, ongehinderd door nerven. In dikke, aan de zon blootgestelde bladeren kan de mijn veel korter zijn, vooral bij Cotoneaster, Malus en Pyrus. De bruine frass ligt in boogjes.

waardplanten

Rosaceae, oligofaag

Amelanchier ovalis; Chaenomeles (?); Cotoneaster integerrimus, multiflorus; Crataegus azarolus, chrysocarpa, coccinea, crus-galli, douglasii, laciniata, laevigata, x lavalleei, monogyna, pentagyna, rivularis, spathulata; Crataemespilus dardari, grandiflora; Cydonia oblonga; Malus angustifolia, astracanica, baccata, coronaria, domestica, floribunda, fusca, parviflora, ringo, sylvestris; Mespilus germanica, punctata; Prunus armeniaca, avium, spinosa; Pyrus betulifolia, communis, elaeagrifolia. spinosa; Sorbus aucuparia.

Althans in Nederland is Crataegus de belangrijkste waardplant.

fenologie

Larven in september – october.

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE recorded (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX waargenomen (Ellis, Kautenbach).

verspreiding binnen Europa

Van Scandinavië en Finland tot Portugal, Italië en Bulgarijë, en van Ierland tot Midden-Rusland (Corley EA, 2006a; Fauna Europaea, 2009).

larve

synoniemen

Nepticula oxyacanthella; N. cotoneastri Sorhagen, 1922; N. oxysorbi Skala, 1933; Stigmella aeneella auct.

Waarschijnlijk is ook Nepticula chaenomelis Skala 1936 een synoniem van oxyacanthella (van Nieukerken, 1986a); de soort is beschreven aan de hand van een larve en mijn op Chaenomeles. Ander, gekweekt, materiaal van deze waardplant is niet bekend.

literatuur

Ahr (1966a), Amsel & Hering (1931a), Bengtsson (2008a), Borkowski (1969a), Buhr (1935a,b, 1964a), Buszko & Baraniak (1989a), J Černý (2001a), Corley, Maravalhas & Passos de Carvalho (2006a), Diškus & Stonis (2012a), Drăghia (1971a, 1972a), Emmet (1971a, 1983a), van Frankenhuyzen & Houtman (1972a), van Frankenhuyzen Houtman & Kabos (1982a), Gustafsson (1985a), Gustafsson & van Nieukerken (1990a), Haase (1942a), Hartig (1939a), Hering (1921a,b, 1934a, 1957a), Huber (1969a), Huemer (1985a, 1988a), Huemer & Erlebach (2003a), Johansson ao (1990a), Klimesch (1936a, 1948a, 1950c, 1958c), Klimesch & Skala (1936c), Kuchlein & Donner (1993a), Kuhchlein & de Vos (1999a), Kurz (2016a), Laštuvka & Laštuvka (1997a), Lhomme (1934c), Maček (1999a), Michalska (1970a), Michna (1975a), van Nieukerken (1986a, 2006a), van Nieukerken, Laštuvka & Laštuvka (2006a), van Nieukerken, Zolotuhin & Mistchenko (2004a), Nowakowski (1954a), Popescu-Gorj & Drăghia (1968a), De Prins (2007a), De Prins & Steeman (2011a, 2014a), Robbins (1991a), Schoorl, van Nieukerken & Wilkinson (1985a), Schütze (1931a), Sefrová (2005a), Skala (1939a, 1951a), Skala & Zavřel (1945a), Sobczyk & van Nieukerken (2021a), Sønderup (1949a), Steuer (1995a), Szőcs (1968a, 1977a, 1978a, 1981a), Yefremova & Kravchenko (2015a), Zoerner (1969a, 1970a).

Laatste bewerking 10.i.2022