Stigmella salicis (Stainton, 1854)

gewone wilgenmineermot

Stigmella salicis mine

Salix cf cinerea, Belgie, prov. Henegouwen, Hensies © Jean-Yves Baugnée

Stigmella salicis mine

Salix cinerea, Orvelte

mijn

Ei aan de bladonderzijde, meestal dichtbij een nerf of de bladrand. De gangmijn is nogal variabel, meestal sterk geknoedeld, niet zelden zelfs een secundaire blaas, maar soms ook weinig bochtig, een nerf of de bladrand volgend. De frasslijn is breed, vooral in de eerste helft van de mijn.

waardplanten

Salicaceae, (bijna) monofaag

Myrica gale; Salix alba, arbuscula, aurita, babylonica, caprea, cinerea & subsp. oleifolia, daphnoides, x fragilis, glabra, lanata, pentandra, purpurea, repens & subsp. rosmarinifolia, reticulata, retusa, silesiaca, triandra, viminalis.

Breedbladige wilgen (Salix aurita, caprea, cinerea, phylicifolia en hun bastaarden) zijn verreweg de belangrijkste waardplanten. Mijnen op smalbladige wilgen zijn heel moeilijk te onderscheiden van die van St. obliquella. Slechts incidenteel treedt de soort op bij Myrica (Myricaceae).

fenologie

Larven in juni-juli en september-begin november (Emmet, 1983a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX waargenomen (Ellis: Kautenbach).

verspreiding binnen Europa

Europa, uitgezonderd het Balkan-schiereiland (Fauna Europaea, 2009).

larve

synoniemen

Nepticula salicis; N. uniformis von Heineman, 1871; N. dewitziella Sorhagen, 1885; Stigmella auritella (Skala, 1939); Nepticula arbusculae Klimesch, 1951. DNA-onderzoek heeft aangetoond dat in de soort in feite bestaat uit een nog niet opgehelderd complex (van Nieukerken ea, 2012a).

literatuur

Anisimovas, Diškus & Stonis (2006a), Baldizzone (2004a), Beiger (1979a), Bengtsson (2008a), Borkowski (1969a), Buhr (1937a, 1964a), Buszko & Baraniak (1989a), Buszko & Beshkov (2004a), J Černý (2001a), Diškus & Stonis (2012a), Drăghia (1968a, 1971a, 1972a), Emmet (1971a, 1983a), van Frankenhuyzen & Houtman (1972a), van Frankenhuyzen Houtman & Kabos (1982a), Grandi (1931a, 1933a), Gustafsson (1985a), Gustafsson & van Nieukerken (1990a), Haase (1942a), Hartig (1939a), Hering (1957a), Huber (1969a), Huemer & Erlebach (2003a), Johansson ao (1990a), Kasy (1965a), Klimesch (1936a, 1950c, 1951e, 1958c), Kollár & Hrubík (2009a), Kozlov & Kullberg (2010a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), A & Z Laštuvka (1997a, 2005a, 2014a), Maček (1999a), Navickaitė, Diškus & Stonis (2011a, 2014a), van Nieukerken (1986a, 2006a), van Nieukerken, A & Z Laštuvka (2004a, 2006a), van Nieukerken, Mutanen & Doorenweerd (2012a), van Nieukerken, Zolotuhin & Mistchenko (2004a), Nowakowski (1954a), Popescu-Gorj & Drăghia (1968a), De Prins (1998a, 2007a), De Prins & Steeman (2011a), Robbins (1991a), Schütze (1931a), Sefrová (2005a), Skala (1939a, 1951a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Steuer (1995a), Szőcs (1977a, 1978a, 1981a), Yefremova & Kravchenko (2015a), Zoerner (1969a, 1970a).

mod 21.iii.2019