Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Stigmella splendidissimella

Stigmella splendidissimella (Herrich-Schaeffer, 1855)

bosbramenmineermot

Stigmella splendidissimella: mine on Fragaria vesca

Fragaria vesca, België, prov. Namen, Furfooz, Parc National de Furfooz © Stéphane Claerebout

Stigmella splendidissimella: mine on Fragaria vesca

zelfde mijn in doorzicht

Stigmella cf. splendidissimella mine

Fragaria vesca, Duitsland (Baden-Württemberg), Baden-Weiler

Stigmella splendidissimella mine

Geum urbanum, Nieuwendam

Stigmella cf. splendidissimella mine

detail van de mijn hierboven

Stigmella cf splendidissimella: mine on Rubus fruticosus

Rubus fruticosus, België, prov. Namen, Couvin, Ry de Pernelle © Stéphane Claerebout

Stigmella cf splendidissimella: mine on Rubus fruticosus

zelfde mijn in doorzicht

Stigmella cf. splendidissimella larva in the mine

Rubus fruticosus, Duin en Kruidberg

mijn

Het ei bevindt zich meestal aan de bladbovenzijde, niet speciaal bij een nerf. Daarna begint een zeer slanke lange gangmijn, waarin de frass gewoonlijk in een dunne middenlijn ligt. De mijn oversnijdt zichzelf regelmatig, maar kruist maar zelden een dikke nerf.

waardplanten

Rosaceae, oligofaag

Agrimonia eupatoria; Argentina anserina; Fragaria vesca; Filipendula vulgaria; Geum rivale, urbanum; Rubus caesius, fruticosus, idaeus.

fenologie

Larven in juli en september-october (Emmet, 1983a).

BENELUX

BE waargenomen (De Prins, 1998a).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2008).

LUX waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa

Van Scandinavië tot Italië, en van Ierland tot de Krim; ontbreekt in het Iberisch Schiereiland en de Balkan (Fauna Europaea, 2008).

larve

synoniemen

Nepticula splendidissimella. Emmet (1973-74, 1983a) beschouwt, niet zonder aarzeling, een vorm van aardbei als aparte soort, S. dulcella (Heinemann, 1862); de meeste auteurs, waaronder Johansson ea (199oa) en Kuchlein & de Vos (1999a) menen echter dat het een synoniem is van S. splendidissimella.

opmerkingen

Er is echter een grote overlap met de mijnen van S. aurella. Koster, Bryan & Povel (1984a) hebben geprobeerd om voor de lastigste situatie, braam, een diagnose te geven die een maximale kans op correcte determinatie geeft. Die luidt voor S. splendidissimella in afnemende volgorde van gewicht: frass in tweede helft van de mijn maximaal half zo breed als gang; frass in eerste cm maximaal half zo breed als gang; mijn maakt in deze eerste cm een bocht; mijn oversnijdt zichzelf vaak; mijn doorsnijdt zelden de hoofdnerf.

literatuur

Anisimovas, Diškus & Stonis (2006a), Beiger (1955a, 1960a, 1979a), Bengtsson (2008a), Borkowski (1969a), Buhr (1936a, 1964a), Buszko & Baraniak (1989a), Černý (2001a), Csóka (2003a), Diškus & Stonis (2012a), Drăghia (1968a, 1971a, 1972a), Emmet (1973-74a, 1983a), van Frankenhuyzen & Houtman (1972a), van Frankenhuyzen Houtman & Kabos (1982a), Gustafsson (1985a), Gustafsson & van Nieukerken (1990a), Haase (1942a), Hartig (1939a), Hering (1934a, 1957a), Huber (1969a), Huemer (1988a), Huemer & Erlebach (2003a), Johansson ao (1990a), Klimesch (1950c, 1958c, 1981a), Koster, Bryan & Povel (1984a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Kurz (2016a), Laštuvka & Laštuvka (1997), Lhomme (1934d), Maček (1999a), Matošević, Pernek, Dubravac & Barić (2009a), Michalska (1970a, 1972a, 1976a), Michna (1975a), Navickaitė, Diškus & Stonis (2011a, 2014a), van Nieukerken (1986a), van Nieukerken, A & Z Laštuvka (2006a), van Nieukerken, Mutanen & Doorenweerd (2012a), Nowakowski (1954a), De Prins (2007a), Robbins (1991a), Skala (1939a, 1941a, 1951a), Sønderup (1949a), Stammer (2016a), Starý (1930a), Steuer (1995a), Stonis, Navickaitė, Rocienė ao (2013a), Surányi (1942a), Szőcs (1977a, 1978a, 1981a), Ureche (2010a), Yefremova & Kravchenko (2015a), Zoerner (1969a, 1970a).

Laatste bewerking 26.viii.2019