Stigmella trimaculella (Haworth, 1828)

populierenmineermot

Stigmella trimaculella: vacated mine on Populus spec.

Populus spec., België, prov. Antwerpen, Meerhout © Carina Van Steenwinkel

Stigmella trimaculella: vacated mine on Populus spec.

zelfde mijn in doorzicht

Stigmella trimaculella: vacated mine on Populus spec.

Populus spec., België, prov. Antwerpen, Mol © Carina Van Steenwinkel

Stigmella trimaculella mine

Populus x canadensis, Susteren

Stigmella trimaculella

een andere mine

Stigmella assimilella: vacated mine on Populus x canadensis

Populus x canadensis, ter Heijde, 19.x.2018 © Jan Scheffers: ongewone, want onderzijdige, mijn (ook zichtbaar het vraatbeeld van Gypsonoma dealbana)

mijn

Ei kan zowel aan boven- als aan de bladonderzijde liggen. De mijn is een bovenzijdige gang. Het eerste deel van de gang is weinig gekronkeld, vrij smal en volgt vaak een eindweegs een nerf; in het tweede deel is de gang sterk verbreed, soms bijna blaas-achtig. De frass ligt in het eerste deel van de mijn in een min of meer ononderbroken centrale lijn die niet de hele gang vult. In het tweede deel is het frasspatroon zeer variabel, uiteenlopend van een dunne centrale lijn tot een brede band.

waardplanten

Salicaceae, monofaag

Populus alba, angustifolia, balsamifera, canadensis, x canescens, carolinensis, nigra, simonii, suaveolens, tremula, trichocarpa.

fenologie

Larven in juni-juli en september-october (Emmet, 1983a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa

Geheel Europa (Fauna Europaea, 2009).

larve

Bleekgeel.

synoniemen

Nepticula trimaculella; Stigmella populicola (Sorhagen, 1922); Stigmella subtrimaculella Dufrane, 1949. Verscheidene auteurs beschouwen St. subtrimaculella als een goede soort (bijv. Arru, 1966a; Zoerner, 1969a), die zich zou onderscheiden door een zeer fijne frasslijn, terwijl die van trimaculella een goed deel van de gangbreedte inneemt.

literatuur

Arru (1996a), Barton (2015a), Beiger (1979a), Bengtsson (2008a), Bond (2001a), Borkowski (1969a), Buhr (1935b, 1936a, 1964a), Buszko & Baraniak (1989a), Buszko & Beshkov (2004a), J Černý (2001a), Delplanque (1998a), Diškus & Stonis (2012a), Drăghia (1967a, 1968a, 1971a, 1972a), Emmet (1071a, 1983a), van Frankenhuyzen & Houtman (1972a), van Frankenhuyzen Houtman & Kabos (1982a), Gustafsson (1985a), Gustafsson & van Nieukerken (1990a), Hartig (1939a), Haase (1942a), Hering (1923a), Huber (1969a), Johansson ao (1990a), Kasy (1983a), Klimesch (1936a, 1950c, 1978b), Kollár (2007a), Kollár & Hrubík (2009a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Kurz (2016a), A & Z Laštuvka (1997a, 2005a, 2008a), Maček (1999a), Navickaitė, Diškus & Stonis (2014), van Nieukerken (1986a, 2006a), van Nieukerken, A & Z Laštuvka (2004a, 2006a), Lhomme (1934d), van Nieukerken, Mutanen & Doorenweerd (2012a), van Nieukerken, Zolotuhin & Mistchenko (2004a), Nowakowski (1954a), Popescu-Gorj & Drăghia (1968a), De Prins (1998a), De Prins & Steeman (2011a), Robbins (1991a), Schütze (1931a), Sefrová (2005a), Skala (1939a, 1951a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Stammer (2016a), Steuer (1995a), Surányi (1942a), Szőcs (1977a, 1978a, 1981a), Ureche (2010a), Utech (1962a), Yefremova & Kravchenko (2015a), Zoerner (1969a).

mod 26.viii.2019