Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Coptotriche gaunacella

Coptotriche gaunacella (Duponchel, 1843)

op Prunus

Coptotriche gaunacella mine

Prunus cerasus, België, prov. Luik, Huy © Jean-Yves Baugnée

Coptotriche gaunacella mine

mijn in doorzicht, met larve

mijn

Bovenzijdige blaasmijn. De binnenwand is met veel spinsel bekleed is, wat de mijn een witte kleur geeft en waardoor de mijn zich samentrekt en de randen van het blad naar boven worden getrokken. De mijn kan hierdoor bijna geheel aan het zicht worden onttrokken. Alle frass wordt uit de mijn verwijderd. Verpopping in de mijn.

waardplanten

Rosaceae, monofaag

Prunus cerasifera, cerasus, domestica & subsp. insititia, persica, spinosa.

fenologie

Larven in september, october (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (van Nieukerken, 2006a).

NE niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa

Van Zweden tot de Pyreneeën, Corsica, Italië en Griekenland, en van Engeland tot de Ukraine (Fauna Europaea, 2009); Iberia (Laštůvka & Laštůvka, 2015a).

larve

pop

Zie Grandi (1929a, 1931a, 1933a), Patočka & Turčáni (2005a).

synoniemen

Emmetia, Tischeria gaunacella.

literatuur

Bengtsson (2008a), Buhr (1936a), Buszko & Beshkov (2004a), Drăghia (1968a,b, 1970a, 1971a), Emmet (1983b), Grandi (1929a, 1931a, 1933a), Hering (1932g, 1957a), Huemer (1988a), Kasy (1983a, 1987a), Klimesch (1957a, 1958c), Klimesch & Skala (1936b), Laštůvka & Laštůvka (2015a), Lhomme (1934c), Maček (1999a), van Nieukeren (2006a), Patočka & Turčáni (2005a), Popescu-Gorj & Drăghia (1968a), Sefrová (2005a), Skala (1951a), Skala & Zavřel (1945a), Steeman & Sierens (2020a), Stolnicu (2007a, 2008a), Szőcs (1977a, 1978a, 1981a), Toll (1959b), Wieser (2005a).

Laatste bewerking 15.viii.2022