Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Boeremia exigua

Boeremia exigua (Desmazières) Aveskamp, de Gruyter & Verkley, 2010

op Viburnum

Boeremia exigua on Viburnum opulus

Viburnum opulus “roseum”, België, prov. Oost-Vlaanderen, Wachtebeke, tuin Axelsvaardeken © Bernard Declercq

Boeremia exigua on Viburnum opulus

detail met pycnidia

Boeremia exigua: conidia

conidia

parasiet

Aantasting vormt eerst purperen vlekjes of licht bruine vlekjes met purperen rand, in centrum en rand van het blad. De marginale vlekken worden meerdere cm groot en vormen aan de onderzijde van het blad halfverzonken, zwarte, subglobose pycnidia 200-300 µm diam., met centraal ostiolum waaruit een witte rank van conidia wordt gedrukt. Conidia oblong, smal ellipsoid tot onregelmatig van vorm, meestal recht, bovenste eind breed afgerond, (5)6-7(9)x2-2.5(3) µm, biguttulaat, zelden triguttulaat, soms vergezeld van enkele zeer kleine druppeltjes, eencellig, gladwandig, hyalien, terminaal ontspringend van hyaline, phyalide conidiogene cellen. (Beschrijving Bernard Declercq).

waardplanten

Adoxaceae, monofaag

Viburnum opulus.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2020).

synoniemen

Ascochyta viburni Roumeguère, 1884; Boeremia exigua var. viburni (Roumeguère) Aveskamp, de Gruyter & Verkley, 2010; Phoma viburni (Roumeguère) Boerema & Griffin, 1974.

opmerkingen

Volgens de literatuur (Aveskamp ea) vormt het genus Boeremia (in tegenstelling tot Ascochyta) eencellige conidia. Enkel uitzonderlijk grote conidia worden 1(3)-cellig. Ellis & Ellis beschrijven blijkbaar dergelijke collectie (of ze beschreven die als 1-septaat i.p.v. 0-1-septaat omdat ze de naam Ascochyta gebruikten). Verder is mijn collectie duidelijk hypogeen daar waar Ellis & Ellis een epigene collectie voor ogen hadden (Bernard Declercq in litt.).

literatuur

Aveskamp, de Gruyter, Woudenberg, ao (2010a), Boerema & Griffin (1974a), Ellis & Ellis (1997a).

Laatste bewerking 20.viii.2020