Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Erysiphe alphitoides

Erysiphe alphitoides (Griffon & Maublanc) Braun & Takamatsu, 2000

eikenmeeldauw

op Quercus

Erysiphe alphitoides on Quercus robur

Quercus robur, Zwanenwater

Erysiphe alphitoides: cleistotheceium on Quercus robur

Quercus robur, Nieuwendam: cleisothecium, loupe-beeld

Erysiphe alphitoides: cleistotheceium on Quercus robur

cleistothecium

Erysiphe alphitoides: detail of appendage

aanhangsel, uiteinde

Erysiphe alphitoides: ascus

ascus

opmerkingen

mycelium opvallend, hoofdzakelijk bovenzijdig, op vaak misvormde jonge bladeren. Appressoria gelobd, soms tepelvormig of meervoudig gelobd, enkel of gepaard. Conidia solitair, ton-vormig, zonder fibrosine-lichaampjes. Cleistothecia hoofdzakelijk bovenzijdig, met 4-16 asci, die 6-8 sporen bevatten. Meestal 10-20 aanhangsels, aangehecht op de equator. Ze zijn tot tweemaal zo lang als de diameter, stijf, hyalien, septaat, min of meer recht; bij het uiteinde zijn ze verbreed doordat ze enige malen achtereen dichotoom vertakt zijn.

waardplanten

Fagaceae, monofaag

Quercus canariensis, castaneifolia, cerris, dalechampii, faginea, frainetto, x hispanica, macanthera, petraea & subsp. iberica, pubescens, pyrenaica, robur, x rosacea, rubra. x streimii.

Zelden op Aesculus hippocastanum; Castanea sativa; Cotinus coggygria; Fagus sylvatica.

In Zwitserland waargenomen op Ailanthus altssima (Simaroubiaceae) (Beenken & Senn-Irlet).

synoniemen

Microsphaera alphitoides Griffon & Maublanc, 1912; Oidium quercinum von Thümen, 1878.

Microsphaera gorlenki Fan Tyk Chen, 1975, beschreven van Daphne, betreft mogelijk een verwaaid cleistohecium van alphitoides.

opmerkingen

Tijdens natte en koele zomers kan vooral het jonge blad van het sint-janslot sterk worden aangetast. In het begin van de 20e eeuw in Europa binnengekomen; de herkomst is niet bekend. Wordt beschouwd als een van de oorzaken van de achteruitgang van de eiken in Europa.

literatuur

Abras, Fassotte, Chandelier & Cavelier (2008a), Beenken & Senn-Irlet (2016a), Blumer (1967), Brandenburger (1972a, 1985a: 62), Braun (1995a), Braun & Cook (2102a), Braggion (2013a), Bresinsky (2016a), Czerniawska (2001a), Czerniawska, Madej, Adamska ao (2000a), Doppelbaur (1973a), Dynowska, Fiedorowicz & Kubiak (1999a), Ellis & Ellis (1997a), Jage, Klenke, Kruse ao (2016a), Jage, Klenke & Kummer (2010a), Jage, Kruse, Kummer ao (2013a), Jage, Scholler & Klenke (2010a), Klenke & Scholler (2015a), Korytnianska & Popova (2012a), Kozłowska, Mułenko & Heluta (2015a), Kruse (2014a, 2019a), Mayor (1967a, 1975a), Mułenko, Piątek, Wołczańska ao (2010a), Ruszkiewicz-Michalska (2006a), Ruszkiewicz-Michalska & Michalski (2005a), Scheuer & Bechter (2012a), Scholler, Reinhard & Schubert (1996a), Sucharzewska (2009a), Sucharzewska, Dynowska, Kubiak ao (2012b), Talgø, Sundheim, Gjærum ao (2010a), Tóth (1994a), Unamuno (1943a).

f

Laatste bewerking 6.viii.2020