Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Erysiphe sedi

Erysiphe sedi Braun, 1981

op Crassulaceae

Erysiphe sedi on Sedum spectabile

Sedum spectabile, België, prov. Antwerpen, Geel, 5.vii.2020 © Carina Van Steenwinkel

Erysiphe sedi on Sedum spectabile

sterke aantasting

Erysiphe sedi: appressoria

appressoria

Erysiphe sedi: conidiophore

conidiofoor

Erysiphe sedi: conidia

conidia

Erysiphe sedi: conidia

conidia; de maten in dit materiaal bedroegen 15-21 x 15-46.5 µm

Erysiphe sedi: germinating conidium

kiemend conidium

gal

mycelium beiderzijdig, goed ontwikkeld, vaak in dichte witte plekken, ± blijvend. Appressoria gelobd, enkel of gepaard. Conidia solitair, elliptisch, zonder fibrosine-lichaampjes. Basale cel van de conidiofoor recht. Cleistothecia met 2-4 asci, die 2-5 sporen bevatten. Aanhangsels 5-20, sub-equatoriaal, 0.5-3 x de diameter; ze zijn mycelioid, gesepteerd, onvertakt, uiteindelijk bruin.

waardplanten

Crassulaceae, oligofaag

Aeonium decorum; Hylotelephium erythrostictum, maximum, pallescens, telephium; Kalanchoe pinnata; Phedimus selskianus; Rhodiola rosea; Sedum aizoon, album, confusum, forsterianum, hispanicum, hybridum, kamtschiaticum, mexicanum, sarmentosum, spectabile, urvillei; Umbilicus oppositifolius.

literatuur

Ale-Agha, Boyle, Braun ao (2008a), Beenken & Senn-Irlet (2016a), Braun (1995a), Braun & Cook (2012a), Jage, Klenke & Kummer (2010a), Klenke & Scholler (2015a), Kruse, Thiel, Frauenberger ao (2019a).

Laatste bewerking 9.vii.2020