Erysiphe ulmi var. ulmi Castagne, 1845

kleine iepenmeeldauw

op Ulmus

Erysiphe ulmi var. ulmi on Ulmus spec.

Ulmus spec., België, prov. Antwerpen, Meerhout © Carina Van Steenwinkel

Erysiphe ulmi var. ulmi on Ulmus spec.

mycelium met cleistothecia

Erysiphe ulmi var. ulmi: cleistothecium on Ulmus spec.

cleistothecium

Erysiphe ulmi var. ulmi: asci

asci

Erysiphe ulmi var. ulmi: appendages

aanhangsels

Erysiphe ulmi var. ulmi: appressoria

appressoria

gal

mycelium beiderzijdig, dun, wit. Appressoria gelobd, meestal enkel. Conidia solitair gevormd, elliptisch, zonder fibrosine-lichaampjes. Basale cel van de conidiofoor onderaan gebogen. Cleistothecia 75-110 µm, met 2-6 asci die 2(-3) sporen bevatten. Aanhangsels 9-40, equatoriaal, 0.8-2 x de diameter; ze zijn stijf, vrijwel recht, hyalien, ongesepteerd. Uiteinden ietwat verdikt, haakvormig gebogen.

waardplanten

Ulmaceae, monofaag

Ulmus glabra, laevis, minor.

synoniemen

Erysiphe bivonae (Léveillé) Tulasne & Tulasne, 1881; em>Uncinula clandestina (Bivona-Bernardi) Schröter, 1893.

literatuur

Brandenburger (1985a: 68), Braun (1995a), Braun & Cook (2012a), Heluta, Takamatsu, Voytyuk & Shiroya (2009b), Jage, Klenke & Kummer (2010a), Jage, Kruse, Kummer ao (2013a), Klenke & Scholler (2015a), Leysen (2013a), Melgarejo Nárdiz, García-Jiménez, Jordá Gutiérrez ao (2010a), Unamuno (1942a).

mod 10.ii.2019