Golovinomyces cynoglossi complex

op Boraginaceae

Golovinomyces cynoglossi: conidiaGolovinomyces cynoglossi: conidia formation

Brunnera macrophylla, Nieuwendam: conidia en conidien-vorming

parasiet

mycelium opvallend, wit, beiderzijdig, veelal blijvend. Conidia in ketens, elliptisch, zonder fibrosine-lichaampjes. Cleistothecia met 5-10 asci, die twee (zelden 3) sporen bevatten. Aanhangsels talrijk, aangehecht op en onder de equator. Ze zijn tot tweemaal zo lang als de diameter, slap, mycelioid, hyalien, septaat, gewoonlijk onvertakt.

waardplanten

Boraginaceae, oligofaag

Adelocaryum coelestinum; Alkanna orientalis, tinctoria; Amsinckia; Anchusa azurea, officinalis; Asperugo procumbens; Borago officinalis; Brunnera macrophylla; Cerinthe glabra, major, minor; Eritrichium; Hackelia deflexa; Lappula barbata, heteracantha, squarrosa; Lithospermum officinale; Lycopsis arvensis; Mertensia maritima; Neatostema apulum; Nonea atra, erecta, lutea, pulla, vesicaria; Omphalodes linifolia, verna; Onosma heterophylla, pseudoarenaria, simplicissima, visianii; Pontechium maculatum; Rindera tetraspis; Solenanthus apenninus, scardicus.

synoniemen

Erysiphe cynoglossi (Wallroth) Braun, 1982.

opmerkingen

Gedurende lange tijd werd elke Golovinomyces op Boraginaceae bezien als één soort, Golovinomyces cynoglossi. Uit het onderzoek van Braun, Bradshaw, Zhao ao (2018a) bleek echter dat het om een complex van tenminste drie soorten gaat: G. cynoglossi op Cynoglossum, G. asperifolii op Buglossoides, Echium en Myosotis, en G. asperifoliorum op Pulmonaria en Symphytum. De parasieten van de niet weinige overige geslachten van deze familie worden hier vooralsnog aangeduid als “Golovinomyces cynoglossi complex”.

literatuur

Blumer (1967a), Brandenburger (1972a, 1985a), Braun (1995a), Braun, Bradshaw, Zhao ao (2018a), Braun & Cook (2012a), Bresinsky (2016a), Czerniawska (2001a), Czerniawska, Madej, Adamska ao (2000a), Dietrich (2016b), Dynowska, Fiedorowicz & Kubiak (1999a), Ellis & Ellis (1997a), Heluta, Hayova, Tykhonenko ao (2010a), Jage, Klenke, Kruse ao (2016a), Jage, Klenke & Kummer (2010a), Jage, Kruse, Kummer ao (2013a), Klenke & Scholler (2015a), Kozłowska, Mułenko & Heluta (2015a), Kruse (2014a), Mułenko, Sałata & Wołczańska (1995a), Negrean & Denchev (2000a, 2004a), Ruszkiewicz-Michalska (2006a), Scholler, Reinhard & Schubert (1996a), Scheuer & Bechter (2012a), Scholler & Schubert (1993a), Sucharzewska, Dynowska, Kubiak ao (2012b), Tóth (1994a).

mod 5.x.2018