Golovinomyces echinopis (Braun) Heluta, 1988

kogeldistelmeeldauw

op Echinops

gal

mycelium beiderzijdig, blijvend. Appressoria tepelvormig. Conidia in korte ketens, zonder fibrosine-lichaampjes, ± citroenvormig. Conidiofoor lang. Cleistothecia bevatten 6-20 asci met 2(-3) sporen. Aanhangsels talrijk, op en onder de equator, 0.3-2 x de diameter; ze zijn mycelioid, meestal hyalien, meestal onvertakt.

waardplanten

Asteraceae, monofaag:

Echinops banaticus, exaltatus, pungens, ritro, sphaerocephalus, spinosissimus.

synoniemen

Erysiphe echinopis Braun, 1981.

literatuur

Braun (1995a), Braun & Cook (2012a), Czerniawska (2001a), Henricot (2009a), Jage, Klenke & Kummer (2010a), Klenke & Scholler (2015a).

mod 25.viii.2018