Golovinomyces macrocarpus (Speer) Braun, 2012

op Asteraceae, Anthemideae

Golovinomyces macrocarpus on Artemisia vulgaris: germinating conidia

Artemisia vulgaris, Nieuwendam: kiemende conidia

Golovinomyces macrocarpus: conidiophore

conidiofoor

Golovinomyces macrocarpus: appressoria

appressoria

Golovinomyces macrocarpus: cleistothecium on Artemisia vulgaris

Artemisia vulgaris, België, prov. Antwerpen, Mol, den Diel © Carina Van Steenwinkel

Golovinomyces macrocarpus: asci

asci

Golovinomyces macrocarpus: conidiophore

conidiofoor

gal

mycelium beiderzijdig, meestal dicht, wit. Conidia in vrij lange ketens, zonder fibrosine-lichaampjes. Basale cell van de conidiofoor meestal recht, 30-100 µm lang, gevolgd door 1 of 3 kortere cellen. Appressoria tepelvormig. cleistothecia beiderzijdig; aanhangsels talrijk, lijken op gewone hyphen, min of meer bruin, gewoonlijk korter dan de diameter van het cleistothecium. Tot 20 asci per cleistothecium, met meestal 2 sporen.

waardplanten

Asteraceae, nauw oligofaag:

Achillea abrotanoides, asiatica, aspleniifolia, biserrata, clypeolata, coarctata, collina, decolorans, distans & subsp. stricta, erba-rotta subsp. moschata, filipendulina, impatiens, ligustica, macrophylla, micrantha, millefolium & subsp. sudetica, nobilis, ptarmica, ptarmicifolia, salicifolia, tenuifolia; Anacyclus clavatus; Argyranthemum frutescens; Artemisia dracunculus; Chamaemelum nobile; Chrysanthemum x grandiflorum; Cota tinctoria, triumfettii; Cotulaaltissima, barbata, turbinata; Glebionis coronaria, segetum; Ismelia carinata; ? Leucanthemella serotina; Leucanthemum halleri, maximum, monspeliense, vulgare; Matricaria chamomilla, discoidea; Mauranthemum paludosum; Tanacetum balsamita, bipinnatum, coccineum, corymbosum & subsp. subcorymbosum, macrophyllum, partheniifolium, parthenium, vulgare; Tripleurospermum inodorum, maritimum.

synoniemen

Erysiphe macrocarpa Speer, 1970.

opmerkingen

G. macrocarpus op Artemisia is lastig te onderscheiden van G. artemisiae. Het bruikbaarste verschilkenmerk is in de kleur van de aanhangsels: vrijwel hyalien bij artemisiae, bijna alle bruin bij macrocarpus.

literatuur

Braun (1995a), Braun & Cook (2012a), Bresinsky (2016a), Jage, Klenke, Kruse ao (2016a), Jage, Klenke & Kummer (2010a) [cichoracearum p.p.], Klenke & Scholler (2015a), Kozłowska, Mułenko & Heluta (2015a), Kruse (2014a, 2019a).

mod 5.ix.2019