Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Golovinomyces monardae

Golovinomyces monardae (Nagy) Scholler, Braun & Schmidt, 2016

op Lamiaceae, (Verbenaceae)

Golovinomyces monardae on Mentha spec.

Mentha spec., België, prov. Antwerpen, Turnhout, Frans Segersreservaat, 19.viii.2018 © Carina Van Steenwinkel

Golovinomyces monardae on Mentha spec.

ook de onderzijde van het blad heft enkele cleistothecia

Golovinomyces monardae: cleistothecia

cleistothecia

Golovinomyces monardae: cleistothecium

cleistothecium

Golovinomyces monardae: appendages

aanhangsels

Golovinomyces monardae: asci

asci

gal

mycelium beiderzijdig, vooral bovenzijdig langs de nerven. Appressoria tepelvormig, vooral ontwikkeld in juli en augustus. Conidia in korte ketens, zonder fibrosine-lichaampjes. Basale cel van de conidiofoor 40-100 µm lang, meestal duidelijk gebogen. Cleistothecia met 5-15 asci, met 2 (tot 4) sporen. Aanhangsels talrijk, mycelioid, gesepteerd, min of meer bruin, 0.5 – 2.5 x de diameter, aangehecht aan de onderste helft van het cleistothecium.

waardplanten

Lamiaceae, Nepetoideae; Verbenaceae; nauw polyfaag:

Melissa officinalis; Mentha aquatica, arvensis, x dalmatica, x gentilis, longifolia, x piperita, pulegium, spicata, suaveolens, x verticillata, x villosa, x villoso-nervata; Monarda citriodora, didyma, fistulosa, punctata, russeliana; Origanum majorana, vulgare; Rosmarinus officinalis; Thymus comosus, dacicus, x dimorphus, odoratissimus, pallasianus, praecox, pulcherrimus, pulegioides & subsp. pannonicus, roegneri, serpyllum; Verbena bonariensis.

literatuur

Jage, Klenke, Kruse ao (2016a), Jage, Scholler & Klenke (2010a), Kruse (2019a), Kruse, Thiel, Frauenberger ao (2019a), Scholler, Schmidt, Siahaan ao (2016a).

Laatste bewerking 2.ix.2019