Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Golovinomyces salviae

Golovinomyces salviae (Jaczewski) Scholler, Braun & Schmidt, 2016

saliemeeldauw

op Salvia

Golovonomyces salviae on Salvia cf x sylvestris

Salvia cf x sylvestris, België, prov. Antwerpen, Meerhout © Carina Van Steenwinkel

Golovonomyces salviae on Salvia cf x sylvestris

aangetast blad

Golovonomyces salviae on Salvia cf x sylvestris

ander blad, onderzijde

Golovonomyces salviae: cleistothecium

cleistothecium

Golovonomyces salviae: ascus

ascus

Golovonomyces salviae: conidia chain

conidia-keten

Golovonomyces salviae: conidia

conidia

gal

mycelium onderzijdig of beiderzijdig, opvallend, veroorzaakt soms rode vlekken aan de bovenzijde van het blad. Appressoria tepelvormig, soms iets gelobd. Conidia in korte ketens, zonder fibrosine-lichaampjes. Basale cel van de conidiofoor 30-100 µm lang, vrijwel recht. Cleistothecia met 5-13 asci, met 2 sporen. Aanhangsels talrijk, mycelioid, gesepteerd, min of meer bruin, 0.5 – 2.5 x de diameter, aangehecht aan de onderste helft van het cleistothecium.

waardplanten

Lamiaceae, Nepetoideae, nauw monofaag:

Salvia coccinea, farinacea, glutinosa, jurisicii, nemorosa & subsp. tesquicola, nutans, pratensis, sclarea, x sylvestris, tomentosa, transsylvanica, verbenaca, verticillata, virgata, viridis.

synoniemen

Erysiphe salviae (Jaczewski) Blumer, 1933.

literatuur

Hafellner (1980a), Jage, Scholler & Klenke (2010a), Kruse, Thiel, Frauenberger ao (2019a), Losa Quintana (1972b), Mayor (1967a), Scholler, Schmidt, Siahaan ao (2016a).

Laatste bewerking 2.xii.2021