Golovinomyces spadiceus (Berkeley & Curtis) Braun, 2012

op Asteraceae

gal

mycelium beiderzijdig, ook op de stengels; in witte vlekken die later samenvloeien. Appressoria tepelvormig, niet gepaard, soms enkele op eenzelfde cel. Cleistothecia met 8-15 asci die 2, zelden 3 sporen bevatten. Aanhangsels talrijk, sub-equatoriaal, 0.2-1.5 x de diameter; ze zijn mycelioid, gewoonlijk onvertakt, gesepteerd, eerst hyalien, later bruin.

waardplanten

Asteraceae – Heliantheae, oligofaag

Acanthospermum hispidum; Coreopsis grandiflora, tinctoria, verticillata; Dahlia x hortensis, pinnata; Melampodium; Parthenium hysterophorus; Tithonia; Xanthium orientale & subsp. italicum, spinosum, strumarium & subsp. brasilicum; Zinnia elegans, haageana, violacea.

Buiten Europa nog vermeld van een groot aantal meer, niet verwante soorten, zoals
Aconogonon alpinum

literatuur

Abasova, Aghayeva & Takamatsu (2017a), Braun & Cook (2012), Braun, Shin, Takamatsu ao (2019a), Bresinsky (2016a), Klenke & Scholler (2015a), Kruse (2014a).

mod 13.iii.2019