Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Golovinomyces valerianae

Golovinomyces valerianae (Jaczewski) Heluta, 1988

valeriaanmeeldauw

op Centranthus, ? Fedia, Valeriana

opmerkingen

mycelium beiderzijdig, soms in vlekken, soms blijvend. Appressoria tepelvormig, enkel. Conidia in ketens, elliptisch, zonder fibrosine-lichaampjes. Basale cel van de conidiofoor aan de basis, soms geheel, gebogen. Cleistothecia met 6-15 asci, die twee sporen bevatten. Aanhangsels talrijk, aangehecht op en onder de equator, 0.5-2 x de diameter; ze zijn slap, mycelioid, bruin, gesepteerd, onvertakt, gewoonlijk fijn-wrattig.

waardplanten

Caprifoliaceae, oligofaag

Centranthus angustifolius, calcitrapae, macrosiphon, ruber, trinervis; ? Fedia cornucopiae; Valeriana capitata, dioica & subsp. simplicifolia, dioscoridis, excelsa & subsp. salina + sambucifolia, montana, officinalis, phu, pratensis, procurrens, pyrenaica, saxatilis, stolonifera, tripteris.

synoniemen

Erysiphe valerianae (Jaczewski) Blumer, 1933.

literatuur

Bahçecioğlu, Kabaktepe & Yildiz (2006a), Blumer (1946a), Braun (1995a), Braun & Cook (2012a), Bresinsky (2016a), Dynowska, Fiedorowicz & Kubiak (1999a), Heluta, Hayova, Tykhonenko ao (2010a), Jage, Klenke & Kummer (2010a), Jage, Kruse, Kummer ao (2013a), Jage, Scholler & Klenke (2010a), Klenke & Scholler (2015a), Kruse (2014a, 2019a), Leysen (2917a), Mułenko, Sałata & Wołczańska (1995a), Negrean (1996a), Scholler & Schubert (1993a).

Laatste bewerking 1.xii.2021