Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Leveillula verbasci

Leveillula verbasci (Jaczewski) Golovin, 1956

toortsmeeldauw, verbascummeeldauw

on

Verbascum

gal

wit, meestal dicht-viltig en blijvend, mycelium aan beide zijden, ook inwendig. Conidioforen lang, dun; ze komen door de huidmondjes naar buiten. Conidia solitair. Het eerste conidium dat gevormd wordt is breed-eivormig, latere zijn elliptisch. Cleistothecia bevatten meer dan 20 asci, die twee sporen bevatten. Aanhangsel meestal talrijk, mycelioid, aangehecht onder de equator, korter dan de diameter, onregelmatig vertakt, in andere gevallen (soms veelvuldig) vertakt.

waardplanten

Scrophulariaceae, monofaag

Verbascum banaticum, blattaria, chaixii & subsp. austriacum, cheiranthifolium, densiflorum, longifolium, lychnitis, x neilreichii, nigrum, olympicum, phlomoides, pulverulentum, pyramidatum, sinuatum, songaricum, speciosum, szovitsianum, thapsiforme, thpasus, tiberiadis.

literatuur

Braun (1995a), Braun & Cook (2012a), Klenke & Scholler (2015a).

Laatste bewerking 30.v.2018