Phyllactinia guttata (Wallroth) Léveillé, 1851

hazelaarmeeldauw

op Corylus

Phyllactinia guttata galling leaves of Corylus avellana

Corylus avellana, Diemen. Als gevolg van de meeldauw-aantasting, aan de onderzijde van het blad, krullen de randen van de bladeren sterk naar beneden.

Phyllactinia guttata on Corylus avellana

Corylus avellana, Zwolle © Arnold Grosscurt

Phyllactinia guttata on Corylus avellana

detail

Phyllactinia guttata causing greeen islans on Corylus avellana

Corylus avellana, Nieuwendam: als het blad in het najaar vergeelt zijn de door de meeldauw geïnfecteerde plekken als groene eilanden afgetekend

Phyllactinia guttata: cleistothecium

cleistothecium, met de voor Phyllactinia kenmerkende opgezwollen bases van de borstels

cleistothecium, with the swollen bases of the setae that are characteristic for the genus
Phyllactinia.

Phyllactinia guttata: young and old cleistothecium

ook jonge cleistothecia (rechts) vertonen dit kenmerk al

Phyllactinia guttata: asci

twee asci

gal

mycelium zowel inwendig als uitwendig; uitwendig mycelium onderzijdig, dun, grijs of wit, soms blijvend. Appressoria tepelvormig, haakvormig, soms vertakt of ietwat gelobd. Conidia solitair gevormd, kegelvormig, zonder fibrosine-lichaampjes. Conidiofoor lang en dun. Cleistothecia onderzijdig, met 15-35 asci die 2 sporen bevatten. Aanhangsel 4-12 in een equatoriale krans, 1-2.5 zo lang als de diameter van het cleistothecium. Ze zijn naaldvormig, aan de basis plotseling en sterk opgezwollen.

waardplanten

Betulaceae, monofaag

Corylus americana, avellana, colurna, cornuta subsp. californica, ferox, heterophylla, maxima

synoniemen

Phyllactinia berberidis Palla, 1899.

opmerkingen

Vermeldingen van berk hebben betrekking op Ph. betulae; op beuk: Ph. orbicularis; op haagbeuk: Ph. carpini.

De vermelding van Sambucus nigra door Jage, Scholler & Klenke heeft waarschijnlijk betrekking op cleistothecia die van een andere waardplant zijn komen aanwaaien.

predatoren

Zie Halyzia sedecimguttata.

synoniemen

Phyllactinia corylea (Persoon) Karsten, 1900; Ph. suffulta (Rebentisch) Saccardo, 1880.

literatuur

Abras, Fassotte, Chandelier & Cavelier (2008a), Adamska (2005a), Blumer (1946a, 1967a), Brandenburger (1985a: 63), Braun (1997a), Bresinsky (2016a), Dynowska, Fiedorowicz & Kubiak (1999a), Ellis & Ellis (1997), Jage, Klenke, Kruse ao (2016a), Jage, Klenke & Kummer (2010a), Jage, Kruse, Kummer ao (2013a), Jage, Scholler & Klenke (2010a), Kozłowska, Mułenko & Heluta (2015a), Kruse (2014a, 2019a), Mayor (1971a), Ruszkiewicz-Michalska (2006a), Scheuer & Bechter (2012a), Sucharzewska, Dynowska, Kubiak ao (2012b), Talgø, Sundheim, Gjærum ao (2010a), Tóth (1994a), Unamuno (1941a, 1942a).

mod 21.vii.2019