Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Podosphaera aphanis

Podosphaera aphanis (Wallroth) Braun & Takamatsu, 2000

vrouwenmantelmeeldauw

op Rosaceae etc.

Podosphaera aphanis on Rubus fruticosus

Rubus fruticosus, België, prov. Limburg, Houthalen-Hechteren, Hengelhoef © Carina Van Steenwinkel

Podosphaera aphanis on Rubus fruticosus

aangetast blad, onderzijde

Podosphaera aphanis: conidia chain

conidia-keten

Podosphaera aphanis: conidiophore, appressorium

conidiofoor, appressorium

Podosphaera aphanis: conidia

conidia met fibrosine-lichaampjes

gal

mycelium beiderzijdig, ook vaak op de stengels en dan een persistente witte laag vormend. Appressoria onduidelijk tot tepelvormig. Conidia in ketens gevormd, met fibrosine-lichaampjes. Cleistothecia met één ascus die gewoonlijk acht sporen bevat. Aanhangsels talrijk, sub-equatoriaal, 0.3-6 x de diameter, mycelioid, slap, septaat, meestal onvertakt.

waardplanten

Rosaceae, (Gentianaceae, Myrtaceae), polyfaag

Acaena magellanica; Agrimonia eupatoria, procera, repens; Alchemilla connivens, glabra, monticola, vulgaris s.l., xanthochlora; Aphanes arvensis; Aremonia agrimonoides; Argentina anserina & subsp. groenlandica; Comarum palustre; Corymbia citriodora; Dasiphora fruticosa; Drymocallis rupestris; Eucalyptus gomphocephala; Fragaria ananassa, chiloensis, moschata, vesca, virginiana, viridis; Exacum macranthum; Geum aleppicum, bulgaricum, coccineum, hispidum, japonicum, kolbianum, laciniatum, molle, montanum, pyrenaicum, rivale, sylvaticum, urbanum; Potentilla alba, anglica, argentea, caulescens, collina, crantzii, erecta, grandiflora, haynaldiana, heptaphylla, hirta, x hybrida, inclinata, indica, intermedia, x mixta, nivea, norvegica, patula, pusilla, recta, reptans, sterilis, thuringiaca, thyrsiflora, wimanniana; Rubus arcticus, caesius, chloocladus, constrictus, fruticosus, hirtus, idaeus, loganobaccus, nessensis, odoratus, plicatus, saxatilis, silesiacus, sulcatus, ulmifolius; Sibbaldia procumbens.

synoniemen

Sphaerotheca alchemillae (Gréville) Junell, 1965; S. aphanis (Wallroth) Braun, 1982.

opmerkingen

naast de typische vorm wordt een var. hyalina (Braun) Braun & Takamitsu, 2000 onderscheiden, met hyaliene en gewoonlijk zeer korte aanhangsels; beide vormen kunnen op dezelfde waardplant-soort voorkomen.

literatuur

Blumer (1967a), Brandenburger (1985a), Braun (1995a), Braun, Ale-Agha, Bolay ao (2009a), Braun & Cook (2012a), Bresinsky (2016a), Czerniawska (2001a), Czerniawska, Madej, Adamska ao (2000a), Dietrich (2013a, 2016b), Dynowska, Fiedorowicz & Kubiak (1999a), Ellis & Ellis (1997), Fraiture & Vanderweyen (2009a), Jage, Klenke, Kruse ao (2016a), Jage, Klenke & Kummer (2010a), Jage, Kruse, Kummer ao (2013a), Jage, Scholler & Klenke (2010a), Klenke & Scholler (2015a), Kozłowska, Mułenko & Heluta (2015a), Kruse (2014a, 2019a), Kruse & Jage (2014a), Losa España (1942a), Mułenko, Sałata & Wołczańska (1995a), Redfern & Shirley (2011), Roskam (2009a), Ruszkiewicz-Michalska (2006a), Ruszkiewicz-Michalska & Michalski (2005a), Scheuer & Bechter (2012a), Scholler, Reinhard & Schubert (1996a), Scholler & Schubert (1993a), Talgø, Sundheim, Gjærum ao (2010a).

Laatste bewerking 6.viii.2020