Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Claviceps purpurea

Claviceps purpurea (Fries) Tulasne, 1853

moederkoren

op Poaceae

Claviceps purpurea in Molinia

Molinia caerulea, Hoenderloo, Hoge Veluwe: aangetaste plant

Claviceps purpurea in Molinia

detail

Claviceps purpurea in Molinia

sclerotia (met aantasting door de hyperparasiet Fusarium lolii)

Claviceps purpurea: sclerotia on Lolium perenne

Lolium perenne, België, prov. Namen, Leignon © Jean-Yves Baugnée

Claviceps purpurea on Phlum pratense

Phleum pratense, Loenen (Ge) © Arnold Grosscurt

waardplanten

Poaceae, oligofaag

Agrostis; Alopecurus arundinaceus, geniculatus, pratensis; Ammophila arenaria; Anthoxanthum odoratum; Arrhenatherum elatius; Avena; Brachypodium pinnatum, sylvaticum; Bromopsisinermis; Bromus; Calamagrostis epigeios, varia; Dactylis glomerata; Deschampsia cespitosa; Elymus; Elytrigia atherica, repens; Festuca rubra, valesiaca; Glyceria fluitans; Holcus lanatus, mollis; Hordeum murinum, vulgare; Koeleria pyramidata; Leymus arenarius; Lolium perenne; Molinia caerulea; Nardus stricta; Phalaris canariensis; Phalaroides arundinacea; Phleum pratense; Phragmites australis; Poa; Schedonorus arundinaceus, giganteus, pratensis; Secale cereale; Sesleria alba, caerulea; Spartina anglica; Stipa pekinensis; Trisetum flavescens; Triticum.

Elytrgia atherica en Spartina anglica zijn waargenomen door Lennart van IJzerloo. Op Avena uiterst zeldzaam.

synoniemen

Claviceps microcephala (Wallroth) Tulasne, 1853. Pažoutová ea (2000a) hebben aangetoond dat binnen de soort C. purpurea drie, niet scherp gescheiden chemo-rassen bestaan, op allerlei gras-soorten, in respectievelijk matig droge, natte, en zoute terreinen. Daarmee is de basis voor (onder meer) de aparte soort microcephala vervallen. C. sesleriae Stäger, 1906 wordt door Pažoutová (2002a) als synoniem van purpurea genoemd.

opmerkingen

Onder meer Buhr (1964b) beschouwt C. purpurea niet als een gal. Inderdaad bestaat het sclerotium geheel uit schimmelweefsel, en is dus geen gal. Maar de vervorming van de bloeiwijze die, in ieder geval bij sterke aantasting, optreedt, is dat zeker wel.

parasieten

Fusarium lolii, Neobarya aurantiaca.

literatuur

Blumer (1946a), Buhr (1964a, 1965a), Chinery (2011a), Doppelbaur & Doppelbaur (1973a), Ellis & Ellis (1997a), Gönczö & Révay (1981a), Groom (2011a), Jage, Klenke, Kruse ao (2016a), Jage, Kruse, Kummer ao (2013a), Jage, Scholler & Klenke (2010a), Klenke & Scholler (2015a), Kozłowska, Mułenko & Heluta (2015a), Kruse (2014a, 2019a), Kruse & Jage (2014a), Losa España (1942a), Melgarejo Nárdiz, García-Jiménez, Jordá Gutiérrez ao (2010a, Mułenko, Sałata & Wołczańska (1995a), Negrean (1995a, 1996b), Pažoutová (2002a), Pažoutová ao (2000a), Redfern & Shirley (2011a), Roskam (2009a), Ruszkiewicz-Michalska (2006a), Scheuer & Bechter (2012a), Schmid-Heckel (1985a), Scholler & Schubert (1993a), Unamuno (1941a).

Laatste bewerking 29.x.2021