Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Taphrina nana

Taphrina nana Johanson, 1886

op Betula

gal

duidelijke heksenbezems, met naar boven gerichte takken; vergeling van het blad, zonder dat het blad, of de scheut verdikt of vervormt. Op het blad (aanvankelijk alleen de onderzijde) een laag rechtopstaande cylindrische asci van 10-30 ┬Ám hoog, elk op een lage sokkel, waarin 8 sporen die vaak al begonnen zijn zich te delen. Arctisch-alpiene soort.

waardplanten

Betulaceae, monofaag

Betula nana, pendula, pubescens.

synoniemen

Taphrina alpina Johanson, 1886; Exoascus nanus (Johanson) Sadebeck, 1893; E. alpinus (Johanson) Sadebeck, 1893.

literatuur

Bataille (1936a), Brandenburger (1985a: 52), Buhr (1964b), Klenke & Scholler (2015a), Mix (1949a), Tomasi (2014a).

Laatste bewerking 3.iii.2019