Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Chrysomyxa rhododendri

Chrysomyxa rhododendri (de Candolle) de Bary, 1879

op Picea

gal

naalden niet vervormd, maar met brede gele dwarsbanden, soms vrijwel de hele naald vergeeld. Hieruit steken de tot 3 mm lange pseudoperidia als afgeplatte witte buisjes. Aeciosporen (17)21-25(45) x (12)17-21(22) µm, bezet met een korte fijne bestekeling, meestal een gladde lengtebaan uitgezonderd.

spermogonia, aecia

Pinaceae, monofaag

Picea abies, engelmannii, glauca, jezoensis x sitchensis, mariana, omorkika, pungens, retroflexa, sitchensis, wilsonii.


op Rhododendron

Chrysomyxa rhododendri: uredinium

Rhododendron ferrugineum, from González-Fragoso (1925a): uredinium (doorsnede)

Chrysomyxa rhododendri: telium

doorsnede door een deel van een telium; één spore is reeds gekiemd

gal

uredinia en telia gewoonlijk aan de onderzijde van het blad. Zowel urediniosporen als teliosporen in ketens. De inhoud van de urediniosporen is oranje.

uredinia, telia

Ericaceae, vrijwel monofaag

Rhododendron ferrugineum, hirsutum, intermedium;

in tuinen en kwekerijen ook: Hymenanthes maxima; Rhododendron dauricum, intermedium, kaempferi, kiusianum, lapponicum, linearifolium, myrtifolium, oldhamii, ponticum, simsii, “suave”

synoniemen

Chrysomyxa ledi var. rhododendri.

literatuur

Blumer (1946a), Brandenburger (1985a: 20), Crane (2001a), Feau, Vialle, Allaire, Maier & Hamelin (2011a), Gaumann (1957a), González-Fragoso (1925a), Henderson (2000a, 2004a), Jage, Scholler & Klenke (2010a), Klenke & Scholler (2015a), Kruse (2019a), Llorens i Villagrasa (1984a), Mayor (1970a), Termorshuizen & Swertz (2011a), Kruse (2014a, 2019a), Maier, Begerow, Weiß & Oberwinkler (2003a), Nierhaus-Wunderwald (2000a), Pellicier (2001a), Poelt & Zwetko (1997a), Schmid-Heckel (1985a), Tomasi (2003a).

Laatste bewerking 23.viii.2019