Coleosporium campanulae (de Candolle) Léveillé, 1847

op Pinus

gal

zie beschrijving bij Coleosporium tussilaginis sensu lato.

spermogonia, aecia

Pinaceae, monofaag

Pinus mugo, nigra, sylvestris.


op Campanulaceae

Coleosporium campanulae on Campanula rapunculoides

Campanula rapunculoides, Loenen (Ge) © Arnold Grosscurt

Coleosporium campanulae on Campanula rapunculoides

aangetast blad, bovenzijde

Coleosporium campanulae on Campanula rapunculoides

onderzijde

Coleosporium campanulae on Campanula trachelium

Campanula trachelium, Dronten © Arnold Grosscurt: aangetast blad

Coleosporium campanulae on Campanula trachelium

zelfde blad, onderzijde

Coleosporium campanulae on Campanula trachelium

detail

gal

de teliosporen zijn als basalt-zuiltjes gerangschikt, aan de bovenzijde bedekt door een was-achtige laag. Aanvankelijk zijn ze eencellig, maar uiteindelijk treedt een reductiedeling op en vormen ze een keten van vier cellen. Elk kiemt onder vorming van een steeltje aan de top waarvan een spore wordt gevormd (Mims & Richardson).

De uredinia en telia van Coleosporium-soorten zijn morfologisch niet val elkaar te onderscheiden. Voor foto’s zie onder meer C. melampyri en C. tussilaginis.

uredinia, telia

Campanulaceae, olgofaag

Adenophora liliifolia; Asyneuma giganteum, limonifolium; Campanula affinis, alliariifolia, alpina, anchusiflora, barbata, baumgartenii, bononiensis, carnica, carpatica, cervicaria, cespitosa, cochleariifolia, drabifolia, erinus, glomerata, grossekii, hagielia, hawkinsiana, incurva, isophylla, jacquinii, lactiflora, lanata, latifolia, lingulata, lusitanica, lyrata, medium, patula, persicifolia, pulcherrima, pulla, pyramidalis, ramosissima, rapunculoides, rapunculus, rhomboidalis, romanica, rotundifolia & subsp. hispanica, rupestris, sarmatica, saxatilis, scheuchzeri, serrata, sibirica, sparsa & subsp. sphaerothrix, speciosa, stevenii, strigosa, thyrsoides, tomentosa, trachelium, versicolor, wanneri; Edraianthus graminifolius; Jasione montana; Legousia hybrida, speculum-veneris; Lobelia cardinalis, siphilitica; Michauxia campanuloides, laevigata; Petromarula pinnata; Phyteuma betonicifolium, michelii, nigrum, orbiculare, scheuchzeri, spicatum; Wahlenbergia hederacea.

synoniemen

Coleosporium campanulae-rotundifoliae Klebahn 1904; C. campanulae-trachelii Klebahn, 1904; C. tussilaginis f. sp. campanulae-rapunculoidis Boerena & Verhoeven, 1972.

literatuur

Bahcecioglu & Kabaktepe (2012a), Blumer (1946a), Brandenburger (1972a, 1985a: 23), Gäumann (1959a), González-Fragoso (1925a), Helfer (2013), Henderson (2004a), Jage, Klenke, Kruse oo (2016a), Jage, Kruse, Kummer ao (2013a), Jage, Scholler & Klenke (2010a), Klenke & Scholler (2015a), Kruse (2014a), Kruse & Jage (2014a), Llorens i Villagrasa (1984a), Losa España (1942a, 1944a), Maier, Begerow, Weiß & Oberwinkler (2003a), Mayor (1967a), Mims & Richardson (2005a), Negrean (1997a), Poelt & Zwetko (1997a), Riegler-Hager (2002b), Savchenko, Heluta, Wasser & Nevo (2014c), Scheuer & Bechter (2012a), Schmid-Heckel (1985a), Termorshuizen & Swertz (2011a), Tóth (1994a), Unamuno (1941a).

mod 29.iii.2018